dinsdag 15 april 2014

Wat aanvullende gedachten gevolgd door leutigheid

Hoewel het natuurlijk volkomen tegen het principe van “drop the mic” ingaat, namelijk dat je gezegd hebt wat je te zeggen hebt en klaar, wil ik toch nog even kort op mijn vorige post terugkomen voordat ik verder ga met leutigheid aan het einde van deze post. Ik heb de afgelopen dagen nog wat meer over nagedacht waarom ik zo ontzettend de pieps krijg van het hele jaloers-gedoe en kwam tot leutige conclusies.

Ik ben opgegroeid als kunstschaats- en balletmiep en in tegenstelling tot wat films als Black Swan je willen doen geloven, is de onderlinge "gunfactor" tussen schaatsers en dansers ENORM. Tegen iemand zeggen dat je jaloers bent, zou binnen die cultuur gelijk staan aan een openlijke verklaring van vijandschap, “Mean-Girls-burn-book/ik-steek-thuis-naalden-in-je-foto”-style. En gezien het feit dat ook je gedrag naast de baan/buiten de zaal invloed heeft op je carrière, laat je dit soort gedrag wel uit je hoofd zelfs ALS je het liefst zou willen dat je concurrent ontplofte. Al was het maar uit professionele overwegingen.

Daarnaast Nederlands mijn tweede taal en ik ben daarom redelijk “woordenboekvast”. Uit de comments en ook uit gesprekken met anderen blijkt namelijk, dat (bijna) niemand meer het “en dat gun ik je niet”-deel van ‘jaloers’ “voelt” of bedoelt. Ook is het interessant om te zien dat mensen een duidelijk verschil “voelen” tussen ‘jaloers zijn’, ‘benijden’ en ‘afgunstig zijn’, terwijl mijn vriend Van Dale er redelijk unaniem over is: het zijn synoniemen.

En bovendien ben ik natuurlijk een special snowflake die het allemaal alleen maar for the applause doet en dat veel te weinig krijgt de afgelopen 3 jaar, zéker verhoudingsgewijs, en het dus slecht trekt als vlak na een prestatie/mijlpaal niet alles om “ME! ME! ME!” draait. *roept luid “AAANDAAACHT!!!”* Diva-gedrag? Yup! Maar ik ben tenminste geen pasgro die kutopmerkingen als complimenten probeert te verkopen. Hey, dit is zo'n zin waar een passief-agressief-knipoogje achter past! :-D

Maar goed, ik ben eruit: “ik ben jaloers” = “dat wil ik ook” en “dat wil ik ook” = “gefeliciteerd, wat leuk voor je”*. Dat verklaart ook meteen die wollige blikken als ik mensen die zeggen “dat wil ik ook” uit probeer te leggen hoe ze het ook kunnen krijgen, want dat is dus niet de bedoeling. Communicatie is een moeizame business, da's duidelijk.

Ok, de leutigheid:

Een blogpost (in het Engels) over hoe mijn creative writing les verlopen is
en
een video van een van de grootste dansante invloeden uit mijn jeugd Shabba Doo die onder andere de Funky Chicken doet:

 

En, hoeveel seconden kon u stil blijven zitten?

*Het wachten is nu op iemand die een verhandeling schrijft over dat het feit dat “dat wil ik ook (hebben)” tegenwoordig “gefeliciteerd” betekent en misschien ook omgekeerd(?), betekent dat we het toppunt van kapitalisme bereikt hebben. Of zoiets. *gaat verder met de Funky Chicken*

donderdag 10 april 2014

Jaloehoehoers

Gaat u er lekker voor zitten, ik heb weer eens Een Mening en er ook eigenlijk wel behoorlijk de pis in (zeugma!). Zoals u weet resulteert dat altijd in een enorme lap tekst. Pak er gerust een kop thee en een (al-dan-niet-glutenvrij) koekje bij, mocht u dat bij de hand hebben. Ok, daar gaan we!

Vandaag wil ik het hebben over een fenomeen wat ik sinds een jaar of twee regelmatig waarneem en wat ik tot mijn grote ergernis ook deze week weer bij de hand had: iemand die zegt jaloers op me te zijn, en verbaasd is dat ik daar niet enthousiast op reageer. Want blijkbaar was het als “een compliment” bedoeld. Wat ik dan weer bizar vind, want laten we eens naar de definitie van het woord ‘jaloers’ kijken:


Kortom, als iemand zegt “ik ben jaloers”, dan zegt die persoon “jij hebt iets wat ik graag zou willen hebben en ik gun het je niet”. Lekker dan. En blijkbaar is het dan ook nog de bedoeling dat ik jolig “Dank je!” zeg? Nee, sorry, er zijn grenzen, ook aan mijn sociale wenselijkheid. Ik heb werkelijk geen enkele boodschap aan dit soort “jaloers-melderij” en reageer er dan ook redelijk bot op, waarna ik weer eens De Bitch ben.

Dat komt ook omdat ik jaloezie werkelijk de meest nutteloze emotie EVER vind. Waarom? Omdat niemand er een zak mee opschiet. Het is namelijk heel simpel: iemand heeft iets. Jij hebt het niet. Kun je het ook krijgen? Doe een poging. Kun je het niet krijgen? Helaas, het leven is kut. Geloof me, ik weet er alles van.

Begrijp me niet verkeerd: natuurlijk mag je je daar best heel heel HEEL verdrietig over voelen. Je mag er absoluut zwaar de pest over in hebben en dagenlang op de vloer liggen janken. Echter, de ander datgene wat jij graag had willen hebben, misgunnen, zorgt er niet voor dat jij het wel krijgt. Je wordt er alleen maar wrokkig en zuur van. De ander lastigvallen door te zeggen dat jij ze datgene wat jij ook graag had willen hebben, misgunt, is al helemaal nutteloos. Het is namelijk niet alsof ze iets van je gestolen hebben. Mocht dat wel zo zijn dan doe je natuurlijk aangifte.

“Jaloers-verklaringen” van mensen die mij totaal niet kennen, vind ik verongelijkt en lichtelijk rancuneus. Kost het nou werkelijk zoveel moeite om “Goh, leuk voor je?” te zeggen? Of gewoon je kop te houden? Het is namelijk zo kortzichtig: zoals het dEUS nummer Secret Hell zegt “you can never tell if someone’s got a secret hell”. Je ziet altijd maar een deel van iemand. En dat leuke deel waar jij zo “jelly” (= de Engelse versie van dit fenomeen) op bent, kan nou nét het enige leuke zijn wat die persoon in zijn/haar/hun leven heeft. Van de buitenkant ziet het leven van iedereen er altijd leuk uit. Don't compare your behind the scenes to someone else’s show reel.

Bovendien is niet alles in het leven competitie: als je contacten met anderen slechts ziet in termen van “die doet/heeft het slechter dan ik, dus daar steek ik leuk bij af” of “die doet/heeft het beter dan ik, dus ik ben jaloers”, dan eh, tja. *mompelt iets over geestelijke armoede*

Daarom zijn “jaloers-verklaringen” van mensen die beter zouden moeten weten des te pijnlijker. Ze gaan compleet voorbij aan mijn dagelijkse realiteit en zien alleen maar de blijkbaar “benijdenswaardige” dingen in mijn leven, en zelfs díe gunnen ze me niet. Nogmaals: lekker dan. En dan de verwachting dat ik me gevleid moet voelen omdat iemand ~jaloers~ op mij is. Nee dus, dat is niet vleiend. Net zoals, nu ik toch bezig ben, het ook niet vleiend of complimenteus is om “intimiderend” genoemd te worden.

Voor wie nu denkt “Jamaarzobedoelenzehetniet”: als ze het niet “zo” bedoelen, dan moeten ze het niet “zo” zeggen. Woorden hebben namelijk een betekenis. Natuurlijk kan een definitie van een woord veranderen, maar totdat de meerderheid van die veranderde status op de hoogte is en/of die veranderde betekenis gebruikt, houd ik me aan de Van Dale definitie die ik hierboven geplakt heb. Al was het maar om “Ja maar, als ik je ‘sn*lletje-sl*ttebak’ noem, dan bedoel ik eigenlijk ‘lief schatje’”-discussies te voorkomen. Voor dat soort onzin heb ik namelijk nul geduld, net als voor het bizarre fenomeen van “vriendinnen” die elkaar b*tch, h* of sl*tje noemen en beweren dat dat koosnaampjes zijn.

Zelf denk ik dat de “jaloers-verklaringen” voortkomen uit een soort misplaatste eerlijkheid. De persoon die “toegeeft” jaloers te zijn, voelt zich beter want is “eerlijk” geweest. Degene die ongevraagd met deze feelingsdump opgezadeld wordt en zich nu klote voelt, wordt vervolgens op passief-agressieve wijze gewezen op het feit dat het een compliment moet voorstellen, en mag daarom niet negatief reageren. Een perfecte strategie eigenlijk.

Wat mij betreft wordt dit soort “eerlijkheid” enorm overschat. We hoeven echt niet terug naar het pre-Oprah tijdperk waarin we al onze gevoelens opkropten totdat we van de aderverkalking ompleurden. Maar je kunt ook best iets vinden en/of voelen, en dat lekker in je dagboekje schrijven. Want hoe gaat dat spreekwoord ook alweer? “Als je slechts iets verongelijkt-pasgro’s kunt melden waardoor de ander zich rot voelt en jijzelf bovendien overkomt als een rancuneuze, afgunstige mekker, zeg dan maar niets”, was het toch? *drops the mic*

donderdag 3 april 2014

Bezoek voor Clark (en een korte, schrijfgerelateerde, keiharde zelfpromotie onderaan)

Dinsdagavond, toen ik wat op bed lag te suffen na een lange dag op bed liggen suffen want uiterst vermoeid, ging de deurbel. Ik verwachtte niemand, dus dacht: “Nuh” en sufte rustig door. Toen ging de bel een tweede keer en (ziet u een patroon?) besloot ik toch maar open te doen.

Voor de deur stond een vriendelijke meneer die zei van het dierenasiel te zijn, zich verontschuldigde voor het feit dat hij pas na meer dan een jaar kwam en heel voorzichtig vroeg of Clark er nog was en zo ja, hoe het met hem ging. Ik dacht een halve seconde “1 april grap”, tot ik me realiseerde dat het asiel inderdaad nabezoeken doet, om te kijken hoe het met het aangeschafte geadopteerde huisdier gaat.

Ik zei “Ogenblikje”, zocht mijn bril, trok snel even een borstel door mijn haar en haalde Clark erbij. De meneer in kwestie was erg onder de indruk van Clark’s algehele verschijning, zeker gezien de staat waarin hij uit het asiel vertrok en zijn leeftijd. Clark dacht “Hey, gezellig! Iemand die komt knuffelen!”, kletste wat, zette het op een spinnen en gaf de meneer wat kopjes. Waarna hij op mijn schouder klom als de piraat die hij sinds zijn operatie blijkbaar is, want dat deed hij vroeger nooit. Wie zegt dat een oude kat geen nieuwe truukjes kan leren? (Niemand, het is “oude hond” en zelfs dat is niet waar ─ red.)

Ondertussen piepte ik (is namelijk best lastig, praten met een kat in je nek) over de win-win situatie en over hoe lief en knuffelig Clark is en hoe blij ik ben dat hij in mijn leven is. Het feit dat wij wel een leutig duo zijn, was blijkbaar overduidelijk, want de meneer zette een kriebeltje op zijn formulier en wenste ons nog veel geluk samen. Waarmee mijn evolutie tot compleet vertrut poezenvrouwtje compleet kan worden beschouwd.

In geheel ander nieuws, en in het kader van de keiharde zelfpromotie: op woensdag 9 april geef ik van 18:00 tot 20:00 uur een les Short Story Editing in Amsterdam. Het avontuur dat het schrijven van mijn eigen biografie in de derde persoon was, kunt u lezen in deze YourfriendLP-post. Mocht u geïnteresseerd zijn in deze les, mail me dan op LogPoes@gmail.com en ik stuur u meer info! Deelname is overigens gratis. En het feit dat ik niet vergeten ben dat te vermelden, geeft aan dat het met mijn integratie ook steeds beter gaat. ;-D

donderdag 27 maart 2014

Verbonden deel 2, tevens diversighedenupdatepost (galgje!)

Blijkbaar ben ik niet de enige die het allemaal niet meer bij kan benen, want in de afgelopen twee weken was ik eerst internetloos, toen emailloos en daarna weer 4 dagen internetloos en telefoonloos. Mocht u een konspierrussie thie-oh-rieh hebben die verklaart waarom ik de afgelopen tijd deze sores heb gehad, dan mag u hem uiteraard in het reactievak mikken, dan tiep ik even verder aan een leutige lijst van Diversigheden terwijl ik meejengel met LL Cool J. *brult “Don’t call it a comeback!”*

Allereerst de zelfpromotie: ook dit jaar maakte ik weer een sketchbook in het kader van The Sketchbook Project en ook dit jaar liet ik het weer inscannen en toevoegen aan de online bibliotheek. U kunt mijn boek hier bekijken. Werk van anderen (zeer de moeite waard!) kunt u via deze pagina checken;

Vorige week kwam ik erachter dat ik me nu al jaren voor Jan Pieps door kilometers floss per jaar heen floss: flossen is uit. Rageren, ja, met zo’n mini-flessenpoetser, is wat je blijkbaar moet doen tegenwoordig. Het “Konspierrussie thie-o-rieh! Kill keppittulissum! Ennurkie!”-deel van mij gelooft dat die hele tandenbiz dit puur doet omdat floss tegenwoordig geen derrière meer kost bij de Action en die ragdingen nog wel. Het “Ik Hecht Obsessief Aan Mijn Tanden”-deel is al druk met de krijsend dure ragertjes in de weer;

De plogging “hype” is wel een van de leukste dingen die in tijden in de blogosphere (bwahahaha. Sorry) plaatsgevonden heeft. Ik mompel al weken “Keep on plogging in the free world” van Neil Young en volg de avonturen van onder anderen EstherDo op de voet. Ik overwoog zelfs om ook eens een plogdag te houden, maar ik realiseerde me al snel dat ik daar volkomen ongeschikt voor ben: ik vond het al moeilijk om slechts EEN foto per dag te schieten posten tijdens mijn Project 365, en dat was nog in een periode in mijn leven dat ik echt ABSURD veel meemaakte. Ik houd het wel bij af-en-toe-een-poezenfoto, dat lijkt me voor alle partijen het beste;

In de categorie “Random”: ik liep op straat (dat is soms onvermijdelijk) en zag daar een jongeman die echt niet ouder dan 25 kon zijn die PRECIES op DJ Sven leek, inclusief snor en de hele outfit uit die tijd. Ik dacht even met een verkleedfeestje te maken te hebben, maar toen zijn mattie aangefietst kwam realiseerde ik me dat het slechts om hipsters ging. Nee, ik heb zelf ook geen idee wat u met deze mededeling aan moet, sorry;

Ook was ik een aantal weken geleden naar Fall Out Boy. Ik was van tevoren zeer benieuwd wie daar tegenwoordig naar toe zouden gaan, want de vorige twee keer, nu alweer zes en acht jaar geleden, waren de daar aanwezige teenies de leukste mensen EVER. Met een andere, niet nader te noemen band *coughdEUScough* heb ik het namelijk meegemaakt dat het publiek uit de beginjaren op een gegeven moment verdrongen werd door een slag mensen dat eh, tja. Wat mijn persoonlijke concertbeleving nogal verziekte. Ik kon echter opgelucht ademhalen: het hele publiek bestond uit Teenies Grown Up. En ook Patrick Stump is nog steeds < 3!

Muzikaal zit ik sowieso wat in een throwback. Om de chill er een beetje in te houden, houd ik tegenwoordig kleurboeksessies (kleurboek van Tiger, nieuwe potloden van Lamy) terwijl ik naar Falco (Best Ever) en, jawel, Oasis luister. Ik ben nooit Oasis-fan geweest, het was meer een band die in een bepaalde periode alom aanwezig was, net als Nirvana een paar jaar daarvoor. En ik blijk inderdaad Wonderwall nog woord voor woord mee te kunnen jengelen. *jengelt “Maybeeeeeeeeee, you’re gonna be the one that sjaaaaaaaves meeeeee!”*

Over zingen gesproken: Clark vindt toegezongen worden bijzonder leutig en ik ben de beroerdste niet, dus croon ik me met enige regelmaat door “One eyed cat” van Van Morrisson én het door mij speciaal voor hem (= Clark, niet Van) gecomponeerde “You’re a cat that snuggles (la lala lala snuggles)” heen. Wat overigens een samba is, in het kader van samba pa ti. Want Clark begrijpt natuurlijk, zoals elke kat, Español. Mocht u nu denken "Ok, nu snap ik er werkelijk geen pieps meer van?!": samba pa ti betekent samba voor jou, als in "voor jou gecomponeerd".

En omdat ik werkelijk geen idee heb hoe ik aan deze post een fatsoenlijk einde kan breien, een foto van de lamp in dat café in de Spuistraat. Dat ene, met die muurschilderingen. Ja, dat café dus.




donderdag 13 maart 2014

Verbonden!

En omdat ik zo blij ben dat ik weer uitgebreid uren kan verlummelen op het internet vanuit huis de dingen kan doen die ik wil doen, een leutige foto die ik vanmiddag schoot van wat Natuur:


woensdag 12 maart 2014

Geen internet

In de blauwe maandag dat ik in Portugal woonde, gebeurde het nogal eens dat de stroom uitviel. Nadat je je verzekerd had van het feit dat het “geral” was, zat er niets anders op dan je er maar bij neer te leggen en te hopen dat de stroom snel weer aangesloten werd.

En daar zat ik dan. Het was winter en koud en het hoosde, dus gezellig buiten rondwandelen was weinig aantrekkelijk. Dan maar tv kijken. Oh nee, dat kan niet. Ik verplaatste mijn zooi naar mijn kamer waar ik een cdtje in mijn boombox mikte, die uiteraard niets deed. Een halve seconde lang leek keyboard oefenen zowaar aantrekkelijk, maar ik realiseerde me al snel dat ook die stroom nodig had. Zelfs een boek lezen was nauwelijks een optie: vernikkelend in een half-schemerige kamer bij flakkerend kaarslicht proberen letters te ontcijferen is alleen leuk in Hollywood romcoms. Dan maar vroeg naar bed en de volgende ochtend hoopvol de schakelaar omzetten. Nope. Herhaal dit drie dagen achter elkaar. Ja, het waren barre tijden.

Afgelopen zondag ergens pleurde mijn internetverbinding eruit. Dat gebeurt wel vaker en duurt nooit lang, dus ik maakte me er niet te druk over. Ik had vorige week zowaar een opzetje geschreven voor een blogpost waarin ik me afvroeg hoe mensen het toch allemaal volhouden, én werken/studeren, én 30 borrels aflopen én daarover continu in real time verslag doen op diverse soosjul miediejaah én continu met elkaar in contact staan. En dat ik merk dat ik, zeker in verhouding, nauwelijks nog online verkeer en zelfs dát allemaal niet meer bij kan benen. En inderdaad, de eerste dag voelde het best prettig. De vrijwel continue knaag dat ik iets vergat, wist ik te onderdrukken door “Straks heb ik weer verbinding” te denken.

Het was een oase van rust: ik las een boek en een aantal artikelen, ik maakte mijn keuken uitgebreid schoon, ploegde me ononderbroken door Henry-de-zoveelste heen en plakrollerde eindelijk mijn Berkeley hoodie, die pas een week of 6 op ontvachting lag te wachten. Even schoot de gedachte dat ik best zonder internet kon door mijn hoofd…

Met z’n allen:

Domdomdomdomdom.

Ondertussen zijn we drie dagen verder. Ik heb nog steeds geen verbinding (ik post dit vanaf een openbare computer op de universiteit), het is onduidelijk wanneer ik weer verbonden word en begint het me allemaal flink de strot uit te hangen: ik kan thuis niet bij mijn mail, niet in de bibliotheekdatabase, niet bij wikipedia, niet bij het online woordenboek, niet bij Blackboard, niet bij mijn agenda, niet bij mijn Teuxdeux, ik kan thuis eigenlijk helemaal nâks. En het aller-, allerergste vind ik nog wel dat ik mijn frustratie hierover niet eens lekker weg kan pinnen. *roept luid: “IK WIL MIJN INTERNET TERUG!!!”*

zondag 2 maart 2014

De win-win situatie (Clark updatepost)

Vandaag is het precies een jaar geleden dat Clark bij mij kwam wonen en dat leek me een goede gelegenheid om een Clark-updatepost te schrijven. Waar ik toen nog mild-voorzichtig schreef dat het er wel op leek dat Clark’s inwoning een win-win was, daar kan ik nu met keiharde stelligheid zeggen dat het JA, ABSOLUUT een win-win situatie is.

Qua karakter zijn wij een uitstekende match: waar ik wat neurotisch, labiel en neogotisch ben, is hij het toppunt van chillaxedheid. Hij heeft ook een grenzeloos vertrouwen in, eh, alles en is uiterst, uiterst lief. Ook het feit dat hij wat dovig is, is gezien het feit dat ik met enige regelmaat mijn halve keuken uit mijn handen laat donderen, best handig. Clark is over het algemeen nergens van onder de indruk.

Daarnaast is hij ondanks zijn wat strenge uiterlijk en zijn superheldennaam de knuffeligste knuffelkat die ooit geknuffeld heeft. Als in: hij mauwt om opgepakt te worden en knuffelt dan actief door half in je te klimmen, kopjes recht in je gezicht te geven en je zelfs met zijn poot te aaien(!). Van het hele concept “kat zijn” snapt hij daarentegen de ballen: je kunt een vrachtwagenlading balletjes door de woonkamer gooien of een half uur met een touwtje boven zijn gezicht hengelen, hij zal je slechts niet-begrijpend aankijken. Waarna hij bovenop je springt en met dubbele intensiteit aan het knuffelen slaat. De naam Truffelie Knuffelie had wat dat betreft beter bij hem gepast, hoewel het maximale vertruttingslevel daardoor dan wel hardcore bereikt en overschreden zou worden. Dus hij blijft gewoon Clark.

Het herstel van zijn oogverwijdering is heel voorspoedig verlopen, zijn snoet heeft weer zijn vertrouwde vorm en de gehechte plek is geheel genezen. Overigens heb ik de eerste 10 dagen van zijn herstel elke dag een (min of meer) rechte snoetfoto gemaakt, mocht u hier terechtgekomen zijn via de zoekterm “oogverwijdering kat” omdat uw kat binnenkort ook piratificatie ondergaat én u wil graag in detail weten hoe dat er allemaal uitziet, mail me dan op LogPoes@gmail.com en ik stuur u een fotocollage. De foto’s zijn niet bloederig, maar u ziet natuurlijk wel zwelling en hechtingen, vandaar dat ik ze hier niet geplaatst heb.

Zoals beloofd hier een foto van hoe hij er nu uitziet:


Yup, nog steeds knap. *knuffelt Clark*

Blog Design by Get Polished