vrijdag 12 augustus 2016

De Allerlaatste

Wie een beetje tussen de regels doorgelezen heeft, zag hem al aankomen: ik stop met LogPoes. Voor de lezers die denken dat dit plotseling komt: nee hoor, ik schreef de eerste zinnen van deze post op 20 oktober 2014, nadat ik er al minstens 3 jaar uitgebreid over nagedacht had. Zoals ik al vaker gezegd heb: weinig aan mij is spontaan.

Het was eigenlijk de bedoeling dat deze post op 30 maart jl. zou verschijnen, maar mijn herseninfarct gooide roet in het eten. Ik besloot toen om de 14 jaar vol te maken en dat is vandaag.

Waarom ik na 14 jaar bloggen op LogPoes stop? Het is een combinatie van factoren. Pakt u er voor de laatste keer maar een kopje thee en een pak al-dan-niet glutenvrije koekjes bij, want het is een megalap geworden; mét tussenkopjes:

Hoe het begon

Ik startte LogPoes op een doorwaakte nacht in augustus 2002, niet lang nadat ik definitief met mijn toenmalige studie was gestopt. Shit was nogal dire, dus een blog leek mij een goed idee om mijn zinnen eens te verzetten, en me ondanks mijn ellende te focussen op het positieve. Daar kwam bij dat ik in die tijd dramatisch verliefd was op een complex iemand/complex verliefd was op een dramatisch iemand.

In een waan van, door slapeloosheid gevoed, van-het-padje-af magisch denken, hoopte ik dat Dramati-Complexico tijdens een nachtelijke surfsessie mijn blog op het, toen nog niet zo drukke, internet zou vinden. Uiteraard zou hij plots inzien hoe geweldig ik was en leefden we vervolgens nog lang en ongelukkig. File under: dingen waarvan je achteraf zó blij bent dat ze niet gebeurd zijn. Nu weet u eindelijk waarom ik wel eens aan LogPoes gerefereerd heb als “flessenpost”.

Het vervolg

Hoewel ik dit geshuffelde magisch denken vlotjes afleerde bij de briljante therapeut waar ik toen bij terechtkwam, bleef ik bloggen. Jarenlang zonder commentvak, jarenlang zonder te durven reageren bij anderen. De Nederlandse blogwereld was hard en scherp, er waren zoveel faux pas die je kon maken (in je comment het woord “herkenbaar” gebruiken was er een van), en de manier waarop sommige vrouwelijke bloggers door enkele zichzelf natuurlijk veel toffer vindende mannelijke bloggers afgekamd werden (GeenStijl is niet zomaar uit de lucht komen pleuren), zorgden ervoor dat ik naamloos, gezichtsloos en redelijk mening-loos wilde blijven. Wollig en pluizig, yeah!

Wie en waarom?

Achteraf zie ik dat er toen een karikatuur van mezelf is ontstaan: Poelekie de Vries, een beetje een mal poezenvrouwtje, met een randje tragiek en een boel doorzettingsvermogen. En dat is maar zo’n 3% van wie ik werkelijk ben. In de loop der jaren ben ik, zeker toen ik ging “dubbelbloggen” op Livejournal en later ging Twitteren, opener geworden: reageren bij anderen, af en toe eens een mening verkondigen, later zelfs foto’s plaatsen van mezelf en mijn omgeving.

Hoewel dit het beeld van Poelekie de Vries/LogPoes een beetje breder heeft gemaakt en minder karikaturaal, merkte ik naar mate de tijd vorderde dat ik toch “gevangen” zat in een format. Ik ontwikkelde me als persoon, ging anders over dingen denken en werd bovendien ouder. Hoewel ik absoluut geloof dat je je niet moet laten beperken door je leeftijd, ging ik me steeds vaker afvragen: wil ik werkelijk op mijn 38e, 39e, 40e nog steeds LogPoes heten (zie hier voor wat er met Poelekie de Vries gebeurd is) en creative non-fiction over mezelf op het internet keilen? En, ook belangrijk: waarom, en voor wie?

(Anti)social media

In tegenstelling tot wat mijn vroege jaren als niet-reageerder doen vermoeden, vind ik het delen van dingen/meningen/ervaringen en daarover van gedachten wisselen namelijk het leukste aan bloggen. Niet alleen zijn de meeste bloggers van mijn generatie (en die daarna, en die daarna) in de afgelopen 14 jaar gestopt met bloggen, ook heeft er een enorme shift naar social media plaatsgevonden.

Hierdoor is zowel de hoeveelheid (500 vrienden!) en intensiteit (24/7 berichtjes!) van informatieuitwisseling extreem toegenomen, wat voor een oppervlakkigheid (“like”, “hartje”, blogs zonder commentoptie) gezorgd heeft, waar ik als extreem introverte special snowflake heel veel moeite mee heb: het continue “aan” moeten staan kost me bergen energie en na afloop voel ik me leeg.

Het Twitter fiasco

Dit is ook waarom ik in 2012 gestopt ben met Twitter: ik voelde me op een gegeven moment chronisch zo’n niet geheel compos mentis zijnde schreeuwer op het plein. U weet wel, zo iemand waar mensen meewarig kijkend aan voorbijlopen. Het was sowieso niet zo’n denderende tijd in mijn leven (understatement van de eeuw) en ik had redelijk chronisch het gevoel dat ik onzichtbaar was en het toch niemand iets kon schelen of ik bestond of niet.

Dat bleek op Twitter inderdaad zo te zijn: van de 234 mensen die me volgden, hebben uiteindelijk slechts 7 mensen gemerkt dat ik plots weg was. 5 daarvan waren IRL vrienden, en de andere 2 merkten het pas na maaaaanden. Blijkbaar is het “maar internet”, zoals het vroeger altijd “maar een spelletje”  was, maar ik vond het pijnlijk. Zeer pijnlijk.

Ik heb toen overwogen om ook te stoppen met LogPoes, maar ik wilde dolgraag een happy end voor de LogPoes-nerrutif: zodra mijn studie klaar was, zou ik stoppen. Ik had echter niet kunnen inschatten dat dat nog wel even zou duren en dat ik door mijn hardnekkige wens het “netjes af te sluiten” inderdaad een 40-jarige LogPoes op het internet zou worden.

Weinig #spon(taan)

Toen ik in 1996 voor het eerst het logo van Netscape op mijn scherm zag, had ik nooit kunnen vermoeden dat het ooit zover zou komen, maar na 20 jaar vind ik niet meer alles wat op Het Internet verschijnt, even interessant. Behalve de drukte en de oppervlakkigheid van social media, heeft de opkomst van het (semi-)probloggen voor ontzettend veel eenheidstofu gezorgd: veel is #spon, zelfs de kleinste blogs hebben een tabblad “samenwerking” of “sponsoring” tegenwoordig.

Tuurlijk, #getmoney, maar ik mis het type blog dat Anneke Zeekomkommer schreef, of het blog van mijn grote idool Vrouw Polle: uitstekend geschreven en een eigen universum creërend. Met verhalen waar ik jaren later nog steeds aan terugdenk.

Shoutout naar EstherDo die nog steeds op deze wijze blogt, als een van de laatsten van die generatie.

Ik mis blogposts waar je naar uitkijkt, die niet weer het tig-ste integraal overgenomen, matig geschreven persbericht over een of ander product zijn, “mede mogelijk gemaakt door”, hashtag spon.

Oude taart

Ook mijn leeftijd en wat onconventionele levenspad hebben invloed gehad op mijn beslissing om met LogPoes te stoppen. In de loop der jaren is het hoe langer hoe meer een persoonlijk blog geworden, en ik ben nu op een punt gekomen dat ik niet langer de behoefte voel om bepaalde details over mijn leven te delen.

Aan de andere kant mis ik het om interviews, columns en wat meer beschouwelijkere stukken te schrijven, en daar is binnen het LogPoes format eigenlijk geen plek voor. Dit nog los van het feit dat ik het toch een beetje bezwaarlijk zou vinden om iemand een interviewverzoek te sturen uit naam van "LogPoes".

Ook het hele “tot welke doelgroep behoor ik” is al jaren een probleem: op een aantal posts over studeerervaringen na voel ik weinig aansluiting met de bloggende twintigers die hun leven aan het opbouwen zijn. Bij de ouderen die bloggen vind ik de aansluiting ook niet echt: ik ben geen gadgetfreak en ik volg opiniegezeur over het nieuws niet (want dat is slecht voor mijn bloeddruk).

Ook heb ik niets met klussen, en nauwelijks iets met reizen (en al helemaal niks met die pseudo-imperialistische Priffilitsjt White Ass Motherfucker “jezelf vinden in landen waar mensen niks te vreten hebben, maar oh oh oh wat zijn ze toch blij en tevreden, zo anders dan wij hier in het Westen”-bullshit). Mijn spirituele fase heb ik in mijn 20ies al gehad: iemand nog een set tarotkaarten?

Ik heb (bewust!) geen kinderen en daarom ook niets met mommyblogs, maar ik ben ook zéér zeker geen Militant Kindvrij Persoon, dus ook de “Ik ben zo blij dat ik geen kinderen heb dat ik een weblog begonnen ben waarop ik 40% van mijn leven doorbreng en met andere zure hufters mensen praat over hoe blij we zijn dat we geen kinderen hebben!” laat ik graag aan me voorbijgaan. Overigens is dat voorbeeld slechts minimaal gechargeerd.

Zoals u weet krijg ik alleen al van het denken aan chronisch ziekblogs convulsies, en de “nieuwste” trends in fashion en / of make up zie ik op mijn leeftijd al voor de derde keer een (al dan niet geslaagde) comeback maken. Tv kijk ik niet en hoe lief ik nerds ook vind: nerderige hobbies heb ik ook al niet.

Kijkend naar dit lijstje vroeg ik me steeds vaker af of ik nog wel langer zin had om The Only LogPoes in the Village te zijn. Het antwoord daarop bleek “Nee”.

Conclusie a.k.a. TL;DR

Vandaag komt er na 14 jaar een einde aan een levensfase: ik stop met LogPoes, het langst lopende minst gelezen, niet eens zo slecht geschreven weblog van Nederland. Hoewel ik uiteraard gehoopt had LogPoes af te kunnen sluiten met de woorden “Ik heb nu mijn BA”, is het helaas anders gelopen. Dit is echter voor mij geen reden om nog een jaar langer door te bloggen op LogPoes.

Ook mijn Engelse blog YourfriendLP stopt, in plaats daarvan komt er een statische site met mijn zines, sketchbooks en andere kunstzinnige projecten uit het verleden en de toekomst. Deze site gaan LPinprogress heten, en kunt u hem hier vinden. Hij is nog een beetje rommelig, maar daar zal snel verandering in komen.

Over zines gesproken: ik heb gisteren de teksten voor The Wreckage (het vervolg op The Summer zine) voltooid en begin volgende week aan de teksten voor The Berk, het derde deel in de trilogie. Ik hoop deze zines in september te kunnen rielieseh.

Mocht u geïnteresseerd zijn, dan kunt u zich aanmelden voor mijn zine mailinglist. Ze zullen verkrijgbaar zijn in mijn Etsy shop of door mij te mailen. (Bent u zelf zinester? Zine trades zijn zeer welkom!) Ik zal ze sowieso promoten op mijn Instagram, want die blijft bestaan. Ook op Tumblr en Pinterest blijf ik (met enige regelmaat) actief.

Vrees niet: ik ga niets wissen, alle blogs en andere profielen (zelfs mijn sinds 2012 niet meer geupdate Twitteraccount) blijven bestaan, evenals mijn LogPoes [at] gmail.com adres, waar ik gewoon bereikbaar ben.

Tot slot wil ik mijn 10 trouwe lezers bedanken voor hun vaak jarenlange bezoekjes en hun comments, want zoals Daan Stuyven in 2002 aan het begin van zijn optredens placht te zeggen: u was een fantastisch publiek!

Liefs,

LogPoes

woensdag 3 augustus 2016

De Grote Kahuna Convo Special

De laatste tijd is The Big Kahuna behoorlijk op dreef, Kahuna Convo-wise. Laatst was ze zowaar 3 keer op 1 dag hi-la-risch. Het begon toen ik haar mijn ab-so-lu-te droomwoning liet zien die zich zowaar ook in een van de leukere gebouwen van deze stad bevond:

LP, bijkans poinkend: "...en dan hier de keuken en dan daar dat balkonnetje en via deze deur kom je in de studeerkamer en... HOE GEWELDIG IS DEZE WONING?!"
TBK, onderkoeld: "Ach, ik zou er wel eventueel kunnen wonen, ik bedoel, het is geen strafkamp..."
LP: *valt van stoel*

Even later:

LP, gestressed: "Shit, d’r zit een kreuk in mijn cijferlijst! En ik moet dat ding opsturen!"
TBK, chill: "Leg hem even onder de Norton Anthology."
LP: *BRUL*

Weer wat later: 

LP, in een poging faaijnensjullie riesponsubul over te komen: "Maareh, nu je huis verkocht is, moeten we van het restbedrag niet een deel beleggen of zo?"
TBK, zo droog als een woestijn: "Nuh... yolo."
LP: *valt brullend van de lach bijna nogmaals van stoel*

woensdag 27 juli 2016

De Stagnatie

Toen ik in mijn eindejaarspost schreef dat ik mijn leven op dat moment geen K*T meer aan vond, kreeg ik een aantal verontruste reacties via de mail: men dacht collectief dat ik in een diepe depressie zat.

Oeps.

Gelukkig kon ik iedereen geruststellen: dat was niet het geval. Ik was niet depressief, ik was kwaad en gefrustreerd.

Een deel van die woede en frustratie heeft zich omgezet in verdriet nu Clark overleden is. Ik mis hem nog elke dag en ik roep met enige regelmaat dat het nou wel lang genoeg geduurd heeft, dat dood zijn en dat het hoog tijd wordt dat hij weer thuiskomt. Zoals ik al eerder schreef: zodra het op Clark (of misschien wel katten in het algemeen) aankomt, ben ik emotioneel gestagneerd op het niveau van een 4 jarige. Voorlopig komt er dan ook geen andere kat in huis, eerst Clark’s dood maar even fatsoenlijk verwerken.

Een ander deel van de kwaadheid en frustratie had te maken met mijn belazerde gezondheid, en dan met name over de soosjul konstrukts waar ik mee moet dealen, maar daar heeft u ondertussen in mijn driedelige serie “Ziek” alles over kunnen lezen. Natuurlijk ben ik nog steeds wel eens vreselijk kwaad en gefrustreerd over het feit dat ik ziek ben, en loop ik af en toe te jammeren dat het oneerlijk is en dat mijn leven er zo anders uit had kunnen zien als ik niet ziek was geweest en Waarom Ik (antwoord: gewoon pech), maar de stress van “Ik moet al met die ziekte dealen EN DAN OOK NOG MET HET GEZEIK VAN ANDEREN!!!” is weg. Ik wist niet dat het kon, maar blijkbaar heeft dit herseninfarct de laatste restjes f*ck die ik nog te geven had, volkomen iereddukeetut.

Zero f*cks

Het zal heus een gevalletje “Freedom is just another word for nothing left to lose” zijn, maar ik ben in een klap af van alle geïnternaliseerde hangups die ik had over “presteren in de maatschappij”. Zoals ik gisteren al schreef, heb ik mijn scriptie uitgesteld en daarmee ook mijn master. Zoals het er nu naar uitziet, ben ik tegen februari wel weer voldoende hersteld om de scriptie af te maken en daarna mijn master te doen. Ik wil beide ook graag doen, maar niet langer meer koet ku koet.

Dat geldt ook voor ~de carrière~: vrees niet, ik ga echt niet vanaf nu achter de geraniums zitten versterven, maar ik voel niet meer die continue, ENORME druk om mijn bestaansrecht te moeten bewijzen. Al was het maar omdat “Ik heb een herseninfarct gehad” zelfs de grootste “Waarom ben jij een waardeloze, werkloze, niet-afgestudeerde allochtone bijstandstrekker, jij loser?”-types met een bek vol tanden laat staan. Heeft dat herseninfarct toch nog nut gehad. #positiefjes #sarcasme

En dan was er nog een stuk frustratie over dat ging over de rest van mijn existens. Heel in het kort: ik voelde me gestagneerd. Al jaren. Ik ben namelijk helemaal niet zo stiekem een hardcore Verlichtingsdenker (snapt u meteen waarom de Aurora mijn favoriete winkel is). Ik heb van jongs af aan een duidelijk beeld gehad van wat ik wilde in mijn leven: vooruit!!! Dat lijkt heel leuk, totdat er om wat voor reden dan ook de klad erin komt. Al die mensen die er maar een beetje op los leefden en het leven niet al te serieus namen, hadden het wat dat betreft beter bekeken: als je toch niks wilt, ben je al snel tevreden.

Ik daarentegen wilde – en wil nog steeds – een heleboel. De Studie was een van die vele dingen die ik wilde. Helaas heeft diezelfde studie, in tegenstelling tot wat ik gehoopt had, juist het gevoel van stagnatie versterkt, ook omdat ik naast mijn studie nergens anders meer aan toe kwam.

De pauze die ik nu noodgedwongen heb moeten nemen, heeft me wel de ruimte gegeven om eindelijk eens wat dingen van de En Dee Es-lijst te ondernemen en na te denken over hoe ik mijn verdere leven in wil richten: wat wil ik blijven doen en wat niet, wat wil ik aan spullen houden en wat niet, wil ik verhuizen en zo ja, wil ik dat binnen Amsterdam doen of is het misschien tijd om eens te verkassen naar een andere plek?

Het zou zomaar kunnen zijn dat ik helemaal niets verander, maar het gevoel de vrijheid te hebben om iets anders te doen en niet vast te zitten want dief*ckingstudiemoetafIFITKILLSME [and it nearly did - red.] zorgt voor een rust die ik al jaren niet gevoeld heb. En bevestigt de deal die ik aan het begin van mijn studie al met mezelf gemaakt had: dat die studie de laatste keer in mijn leven is dat ik iets doe waar ik van tevoren al van weet dat het éigenlijk een slecht idee is.

Of ik spijt heb van mijn studie? Ja en nee. Ja, omdat het een enorme Levensvreugdderving is geweest en ik natuurlijk de fantasie koester dat ik in die tijd zoveel geweldige dingen had kunnen doen. Nee, omdat ik als ik realistisch ben ook wel weet dat als ik die studie niet was gaan doen, ik gewoon ergens in een of andere secretariële piepbaan had moeten werken en dat pas échte stagnatie was geweest. Natuurlijk is het zuur dat ik vlak voor de finish gestruikeld ben en dat ik daardoor volgend jaar mijn scriptie moet schrijven, maar ik realiseer me al te goed dat ik gruwelijk veel geluk gehad heb dat ik cognitief helemaal ok ben en daarnaast ook mijn volledige zicht en spraak heb teruggekregen, dus #nietmauwen.

Concluderend kan ik geloof ik wel stellen dat ik in de afgelopen weken zonder er bewust mee bezig te zijn geweest eindelijk zowel het concept Relativeren als het concept Acceptaasie onder de knie heb gekregen, met als bijwerking de-stagnatie. En dan nu met z’n allen: holy shit!

maandag 25 juli 2016

En Dee Es

De term “NDS” is in en om Huize LogPoes een vaste code geworden in de afgelopen jaren. “NDS” staat voor, u heeft het waarschijnlijk al geraden, “Na De Studie”. Zoals bekend is die hele studiesituatie een compleet uit de hand gelopen gevalletje sunk cost fallacy met hopelijk uiteindelijk toch nog enige return on investment. Verder ben ik helemaal niet bezig met een Coursera specialisatie Career Success, hoe komt u erbij?

Vooral toen het einde in zicht was, probeerde ik alles wat niet direct tot mijn Core Business hoorde, uit te stellen. Meestal was dat legitiem, maar soms was het ook gewoon een uitstekend excuus om dingen niet te doen:

TBK, wijzend naar een wankelende stapel papier: “Yo, LP, zou je die wankelende stapel papier niet eens opruimen?”

LP: “En Dee Es!!!” en gooit er nog een paar blaadjes bovenop, waarna de stapel nog vervaarlijker begint te wankelen. En omvalt.

U krijgt wel een idee, denk ik zo.

Nu mijn studie nog steeds niet af is, maar ik wel een officiële break genomen heb tot februari 2017 omdat uiteindelijk ook ik inzag dat “LP’s Grote Ziekenhuistournee 2016” niet te combineren viel met “Afstudeerdatum: 31 juni 2016”, ben ik maar begonnen aan het afstrepen van zaken die op De Grote NDS-Lijst stonden.

Dit uiteraard pas nadat ik eerst een kwartier in een deuk lag omdat ik blijkbaar ooit “A la recherche du temps perdu lezen [dit is een grap – red.]” op de lijst heb gezet. Ja, ook mijn niet-gepubliceerde schrijverij staat vol met redactienoten aan zelf. Hashtag: zó meta.

In de afgelopen weken ben ik begonnen met het afmaken van diverse projecten die al letterlijk jaren slepen, waaronder een aantal Sketchbook Projects en een kudde duo zines. Ook De Ultieme Huisuitmest vordert, slow motion is better than no motion-style. De keuken is opnieuw geverfd, het kattencafé in Amsterdam bezocht, evenals het kattencafé in Groningen.

Ik kan ze beide warm aanbevelen. Hoewel ik bij “warm aanbevelen” spontaan een associatie heb met “warme bakker” en gluten en jeuk. Nu ben ik ook allergisch voor katten, dus jeuk heb ik sowieso en associëren kun je leren en mijn hersens staan nooit stil. Maar goed, kattencafé = yay dus.

Ook yay is de Coursera specialisatie die ik al tijden wilde doen, omdat ik 1) bevestigd krijg dat er met mijn cognitie niets mis is (opluchting!), 2) bevestigd krijg dat afstandsonderwijs perfect bij mij past (wel prettig gezien het feit dat ik een low residency master wil gaan doen) en 3) ik zowaar nuttige en nieuwe dingen leer (iets wat ik bij mijn studie tragisch genoeg zelden heb meegemaakt).

Dat zijn zoal de dingen waar ik me de afgelopen weken mee bezig gehouden heb, nog op de lijst staan zaken als “nadenken over waar ik sta, waar ik heen wil en hoe ik daar kom”, “tekenfilms inspreken – moet ik daar eerst beroemd voor worden?” [gezien het feit dat DJ Hardwell films inspreekt is het antwoord daarop waarschijnlijk helaas “ja” – red.], “excuses aanbieden aan The Bass of Awesomeness en kijken of ik er nog een noot uit krijg”, “stop-motion documentaires maken”, “boekbindopleiding doen (op termijn)”, “cursus keramieken – Noot van TBK: GEEN KILN KOPEN”, “me een paar nieuwe tanden aan laten meten en eens kijken of ik al een leesbril nodig heb”, “Joliet Jake Blues spelen in een musicalversie van The Blues Brothers”*, en uiteraard “aquarobics!!!”, want aquarobics is het meest hilarische EVER. Dat u het even weet.


*Voor alle types die nu denken: “Jamaardakaaannieeee! Dat is een maahaaan!”, heb ik twee opmerkingen: 1) gender is een aflopende zaak en 2)  ik heb al een boom, een paard, een heks én Hamlet gespeeld, dan is een man niet zo moeilijk. Hoewel ik dan wel eindelijk de radslag moet gaan leren, maar dat heb ik er wel voor over.

zondag 24 juli 2016

Waarin ik u probeer te lijmen met een foto

Je zou toch denken dat ik na een kleine honderd jaar schrijven toch wel zou weten dat het terugbrengen van een kleine 2800 woorden Gedachten naar een leesbare blogpost altijd langer duurt dan ik inschat. Ook zou ik ondertussen moeten weten dat ik op reis (en al helemaal op reis met TBK) nergens aan toekom behalve aan die reis. En het schieten van zo'n 257 foto's natuurlijk.

Ik hoor u nu denken: "Ja, da's leuk LP, je hebt ons helemaal lekker zitten maken met cryptische blogposttitels, WAAR IS DIE POST DAN?" Nou, eh, die is er dus nog niet. En aangezien ik vandaag vegantechnisch loos ga bij het Viva Las Vega's Food Festival komt hij morgen. Echt waar.

Goedmakertje:

Afsluitdijk, aan de meerkant (aan de minkant waaide het te hard)

woensdag 13 juli 2016

Geurkaars (een wat halfslachtige updatepost)

Volgende week leest u hier een uitgebreide post getiteld "En Dee Es". Deze week echter mag u vanwege mijn slechte planning (en ik doe op het moment zowel een cursus project management als een cursus time management bij Coursera #geengrap) genieten van slechts een foto (en dat is dan weer vanwege geen geurinternet) van mijn abSURD dure geurkaars (#nospon) die werkelijk elke cent waard is:

#yolo

Oh, en u mag ook raden waar "En Dee Es" voor staat als u daar zin in heeft. Hint: het heeft niets met ziek zijn of ziekenhuizen te maken.

Oh 2: mocht u begin komende week in Groningen rondlopen en denken: "Hey, die met die pruik, die ken ik!" dan klopt dat, want ik ga een paar dagen op vacaciones met The Big Kahuna. Ja, naar Groningen. Want er gaat niks boven, naar het schijnt.

woensdag 6 juli 2016

De Voetbal

Hoewel ik de post niet meer terug kan vinden, weet ik dat ik het er al eens eerder kort over gehad heb: The Big Kahuna's liefde voor waar ik - irritant als altijd - aan refereer als De Voetbal. Momenteel is er blijkbaar weer eens zo'n toernooi aan de gang en ik besloot in plaats van me te ergeren aan alle voetbalfeitjes en uitslagen die over me uitgestrooid worden, TBK eens te vragen hoe dat nou zat, met dat voetbal.

LogPoes: "Wanneer ben je eigenlijk begonnen met het volgen van De Voetbal?"
TBK: "Oh, op de middelbare school al."
LogPoes: "Maar waaróm?!"
TBK: "Je moet wat als je in een jongensklas zit. Bovendien was er een docent die we dan het hele eerste uur konden afleiden door over voetbal te praten, en dat scheelde dan weer zo'n suffe les!" [nb: dit is vooral hilarisch als je je realiseert dat TBK zélf 38 jaar docent geweest is]
LP: "En dan kijk je dus al die gein?"
TBK: "Vroeger toen ik werkte, keek ik alleen de knock out fase, maar nu ik met pensioen ben, kijk ik alles. Hoewel de voorrondes deze keer niet heel spectaculair waren en ik in de tussentijd een heel vest gebreid heb."
LP: "En heb je dan ook een favoriet team, of een favoriete speler?"
TBK: "Ik heb minstens 5 favoriete teams en dat is dan wel eens lastig als die tegen elkaar spelen. Maar als degene die het beste speelt ook wint, ben ik tevreden."
LP: "Maar wat vind je d'r in piepsnaam aan, 22 van die miljonairs die achter een bal aanrennen en als ze hem dan bijna hebben, weer wegschoppen?"
TBK: "Het is echt wel meer dan dat. Ik houd van technisch mooi voetbal met spectaculaire acties, en van de onvoorspelbaarheid. Hoewel ik het altijd wel heel sneu vind voor degene die de penalty mist."
LP: "Da's toch zo'n muurtje met je poten voor je kl*ten?"
TBK, schaterlachend: "Nee, dat muurtje is tijdens de wedstrijd, dat is vrije trap!"
LP: "Oh ja, penalty is die zenuwentoestand na de verlenging. Heb je een favoriet doelpunt dit toernooi?"
TBK: "Shaqiri, uit Zwitserland, die maakte een spectaculair doelpunt."
Terwijl zij uitlegde hoe hij dat deed, deed ik een poging het te begrijpen door mezelf in interessante bochten te wringen.
LP: "...ok, zo dus, en dan nog een bal schoppen."
TBK: "Ja, precies!"
LP: "Je hebt zelf nooit gevoetbald, toch?"
TBK: "Ik heb wel eens een bal teruggeschopt op het schoolplein, maar echt voetbal, nee."
LP: "Je Schwester wel, toch?"
TBK: "Ja, die was keeper, vandaar die knie."
LP: "Altijd gedacht dat dat van het handballen kwam. Wie zijn er nog in de running eigenlijk?"
TBK: "Wales was de enige onverwachte, die mag tegen Portugal. En dan verder de usual suspects: Duitsland tegen Frankrijk. Ha! Het lijkt de oorlog wel!"
LP & TBK: BRUL!
TBK: "Oh, de wedstrijd gaat beginnen!"
LP: "Veel plezier met De Voetbal!"

Terwijl ik dit stukje tiep, word ik eerst gebeld ("Een-nul, Ronaldo!") en vervolgens krijg ik een smsje ("En meteen twee nul door Nani op aangeven van Ronaldo"). Ik ga maar even op wikipedia kijken wie dat zijn, zodat ik het morgen tijdens de onvermijdelijke trap-voor-trap recap allemaal een beetje bij kan benen. Want u ziet het: TBK en De Voetbal, da's serious business.

woensdag 29 juni 2016

Mezelf

Recentelijk (lees: vorige week woensdag) was ik weer eens op updatebezoek bij Dokter (dat is mijn huisarts), waar ik semi-gefrustreerd mij beklag deed over Vaag Neuzelgewauwel dat ik recent bij een gezondheidsinstelling had moeten aanhoren:

LP: "...werrrkelijk! Het Vage Neuzelgewauwel! En ik daar maar in meegaan voor de lieve vrede!"
Dokter: "Maar... kun jij daar dan wel jezelf wezen?"
LP, wijzend op zichzelf in vol ornaat: kilo make up op de bakkes, groene pruik, poezentas, the works.
Dokter: "...Verkeerde vraag!"
LP & Dokter: LOL!

Mijn huisarts is werkelijk de tofste huisarts EVER, dat u het maar even weet. Onze convo herinnerde me er ook aan dat ik nog ergens een blogpost had liggen over dat hele "jezelf zijn” die ik nog nooit gepost had. Dus bij deze. Let op, het is een lange:


Laatst hoorde ik hem weer, tijdens een workshop solliciteren nota bene. “Blijf jezelf, je bent goed zoals je bent.” Wat mij betreft is dat de grootste kulzin aller tijden. Op “Je kunt beter spijt hebben van wat je wel gedaan hebt, dan van wat je niet gedaan hebt” na natuurlijk, want die slaat al helemaal nergens op. Hoezo kun je beter spijt hebben van Pietje wel doodsteken dan van Pietje niet doodsteken? Echt, stompzinnigheid ten top.

Ok, waar was ik? Oh ja, jezelf blijven en goed zijn zoals je bent. Nou, ik ken zat mensen die eens wat minder zichzelf zouden moeten zijn, daar zouden zowel zijzelf als de wereld behoorlijk van opknappen. Hooligans bijvoorbeeld, of mensen die katten schoppen. Nog zo’n lading bagger: “Iedereen is waardevol”.  Nou nee. Leuk concept, maar er zijn heus wel een aantal mensen op deez’ aardkloot die echt volslagen waardeloos zijn omdat ze alleen maar ellende veroorzaken en die zichzelf dientengevolge wat mij betreft best wel zouden mogen afschaffen.

Daarnaast wordt het “Je bent goed zoals je bent”-principe verbazingwekkend vaak aangehangen door zich stomvervelend gedragende mensen. U kent ze wel, de “Zo ben ik nou eenmaal”-types, die je daarmee totaal ontwapenen. Want je moet verdomd sterk in je schoenen staan om tegen iemand die zegt zichzelf goed te vinden zoals hij is te zeggen: “Dat kun jij wel vinden, maar ik kan je niet uitstaan”. Komt ook niet meer goed, kan ik uit eigen ervaring vertellen.

In dezelfde categorie vallen platitudes als “Iedereen is mooi/nuttig/heeft iets bijzonders te bieden”: het is heel nobel en vast ook heel troostend, maar ik geloof dat dus niet. Ik heb in mijn leven een boel mensen meegemaakt waarvan ik denk: “Als jij er niet geweest was, had niemand daar iets aan gemist” en zelfs mensen waarvan ik denk “Was jij er maar niet geweest, dan was het leven van andere mensen beter geweest”. Niet aardig, niet vergevingsgezind, maar wel waar.

Ook is het niet zo dat “iedereen interessant” is. Zát mensen die werkelijk geen zak te melden hebben en daarnaast ook niet de gift of gab hebben om van niets iets te maken. Iedereen die eens een blogrondje over het internet maakt, heeft het meegemaakt: de een kan ontzettend boeiend vertellen over haar stenen cavia, terwijl de ander bungeejumpend wereldreizen doodsaai weet te beschrijven.

Wat mij betreft is dat “jezelf blijven” sowieso een onmogelijkheid, omdat “jezelf” helemaal geen vaststaand gegeven is. Bij mij zijn er zelfs enorme discrepanties tussen mijn verschillende “mezelven”: ik ben thuis met Clark [dit stuk is geschreven toen Clark nog leefde – red.] heel anders dan op college, en was vroeger op mijn werk wéér anders.

Welke “mezelf” is dan mijn echte zelf? Wie ik thuis ben? Ziet u me al op een sollicitatiegesprek verschijnen in mijn thuiskleding vol vacht en met hier en daar een accidenteel klauwgat, sloffen aan, Clark als een koala aan mij hangend en dat ik daar dan “Shake shake shake, tralalalala, shake shake shake, tralalalala, shake that poosie, shake that poosie!” zing terwijl ik Clark heen en weer rol als een verticale deegroller, terwijl Clark als een malle spint en me met zijn poot aait? Iets zegt me dat dat niet gaat werken en ik vervolgens ook niet omdat ik de baan niet krijg.

Bovendien is het ook zo, dat geaccepteerd “jezelf zijn” alleen maar kan als je een bepaald soort “jezelf” bent: bij bijna alle banen die ik gehad heb, kon ik slechts zo’n 3% “mezelf” zijn, en dan was ik al “raar/mal/vreemd”, wat code is voor “te anders opgeleid dan wij hier”, “haar leven anders ingericht hebbend als dat wij dat hebben ” en ook stiekem natuurlijk best wel voor “heel veel meer buitenlands/allochtoon dan dat wij zijn”. Hell, op het moment dat ik ergens binnenkom en me voorstel als “mezelf” met mijn overduidelijk Niet-Van-Hier achternaam, vindt men mij meteen teveel “mezelf”.

Dat dus.

Ik denk dat iedereen die ook maar een beetje afwijkt van de norm die op een bepaalde plek heerst, dit wel herkent. Uiteraard is “de norm” op de ene plek anders dan op de andere waardoor je persoonlijke “afwijkfactor” niet in alle omstandigheden dezelfde is: in de ene omgeving kun je 3% jezelf zijn, in een andere misschien wel 70%. Feit is echter wel dat er toch een maatschappelijk gemiddelde is, en dat geleuter van “everybody has their tribe” helaas niet opgaat: sommige mensen zullen helaas nooit ergens “zichzelf” kunnen zijn, omdat ze dusdanig anders zijn dat ze nooit grotendeels, laat staan “helemaal” passen. Ja, ik heb het hier ook over mezelf. (ha!)

En als je, net zoals ik, nooit écht ergens bij hoort, omdat je in je multifacetairheid altijd wel op één of meerdere punten te veel van de norm afwijkt, moet je altijd deels een ander personage ‘spelen’ om toch een beetje in het stramien te passen. Echt “jezelf” kunnen zijn, voor zover dat bestaat natuurlijk, is een luxe die niet voor iedereen weggelegd is.

Misschien dat ik me daarom wel kapot aan erger aan die “Je moet gewoon jezelf zijn!”-blaat, omdat ik mijn hele leven lang al gedwongen ben om zodra ik de deur uitloop altijd bezig te moeten zijn met wat ik al jaren Public Me ™ noem: de sociaal wenselijkere, meer acceptabele, meer “normale”, minder weerstand oproepende versie van Mezelf ™.

Dat ik altijd minimaal half op mijn tenen moet lopen en altijd op moet letten met de informatie die ik over mezelf geef, omdat ik anders al snel “te veel” en “te anders” ben, met alle gevolgen (bijvoorbeeld: “Je past niet in het team”) van dien. En het feit dat ik na alle moeite die ik doe, ik van tijd tot tijd nog steeds moet aanhoren wat een onaangepaste malle vreemde gekkie ik ben (“en zo lekker jezelf!”) hangt me na een kleine 40 jaar behoorlijk de strot uit, kan ik u vertellen. Waarvan akte.

woensdag 22 juni 2016

Dood materiaal (of: hoe ik een Levensprobleem oploste)

Wie mijn zine LP Style (dikke plug!) gelezen heeft, of mij persoonlijk kent, weet van de struggles met mijn haar. Ik had er in de loop der jaren een soort running joke van gemaakt, want ik realiseerde me heus wel hoe belachelijk het is om zoveel tijd, moeite en energie te steken in dood materiaal, maar niet eens zo heel diep van binnen zat ik er enorm mee.

Er zit namelijk nogal een verschil tussen wat ik wil (lang, vol, kaarsrecht, donkerrood haar) en wat er uit mijn kop groeit (vlassig zwart pluizig poedelhaar). Zoals u weet is akseptaaaaaaasie niet mijn sterkste punt (understatement van de eeuw), dus heb ik jarenlang geprobeerd er iets van te maken met behulp van verf, goede kappers en steiltangen.

En waar het er voor anderen waarschijnlijk prima uitzag, was ik ondanks pijn, geld en veel moeite toch nooit echt tevreden. Toen ik op een gegeven moment nog maar de helft van mijn haar over had door de fijne combinatie chronische terrorstress, 8 antibioticakuren, een vitamine D deficiëntie en bloedarmoede, besloot ik over te gaan op pruiken. Dat was een kleine 2 jaar geleden.

Diep vanbinnen hield ik de hoop dat er onder die pruiken nu eindelijk wél iets fatsoenlijks uit mijn hoofd zou groeien, voor mijn part mét krul. Ik volgde braaf de Curly Girl methode, de krul kwam terug en op een gegeven moment leek het er zowaar op dat het nog wel wat ging worden met dat haar van me. En toen kreeg ik een herseninfarct door een absurd hoge bloeddruk waartegen ik kilo’s medicijnen moet slikken en… daar ging mijn haar.

Het zat overal: in mijn borstel, in de douche, in bed, door het hele huis, met hele plukken in mijn handen. Ondanks dat ik buitenshuis al bijna 2 jaar altijd een pruik draag en dat eigenlijk prima bevalt (behalve als het stormt dan) voelde het toch als een fikse pats voor de bakkes, deze zoveelste teleurstelling in de saga (Flut)Haar. Dus ik heb om 4:50 ’s nachts, toen ik weer eens niet kon slapen, de schaar er maar ingezet.

Het is schots en scheef asymmetrisch, maar (en dat is dan wel weer een groot voordeel van krullen) dat maakt de coupe juist dynamisch. Het staat recht overeind, maar aangezien ik altijd al oren bovenop mijn hoofd heb willen hebben/minstens 10 cm langer heb willen zijn, vind ik dat geen issue. En verder krult het als een malle, maar dat doet het haar van Casey Neistat ook en die is cool.

Ik heb hierbij dan ook de Queeste Naar Perfect Haar opgegeven: ik houd het voortaan kort en ga buitenshuis gewoon verder met het dragen van pruiken. En zo - poef!-  loste ik zomaar een van mijn langst(s)lopende Levensproblemen op.

woensdag 25 mei 2016

Het leed dat discontinued heet

In tegenstelling tot wat mensen, voornamelijk door mijn kleurrijke voorkomen en het feit dat mijn leven niet altijd de gebaande paden volgt, denken, ben ik eigenlijk heel saai en behoudend. Ik wil niets liever dan een rustig, stabiel en regelmatig leven met een duidelijke richting. Dat dat me in de afgelopen 40 jaar nooit duurzaam gelukt is, vind ik dan ook Kwalitatief Uitermate Teleurstellend.

In een poging grip te houden op de dingen waar ik wél grip op kan krijgen, grijp ik elke mogelijkheid tot het creëren van een ritueel aan: zo gebruik ik al 20 jaar dezelfde soort deo. Ja, merk, geur en (vaste) vorm. Als ik eenmaal een product gevonden heb dat goed bevalt, dan koop ik gewoon telkens weer een nieuwe. Dit doe ik niet alleen met eten en kleding, maar ook met verzorgingsprodukten en make up. Weten dat als deze NYX Blush in Taupe of Hourglass Ambient Lighting Powder in Diffused Light op is, ik er nog 2 in de kast heb liggen geeft rust.

En dan wordt zo’n produkt gediscontinued en word ik GEK.

Zo MOEST ik toen ik vorig jaar in Londen een Stila-schap zag, kijken of er een Natalie lipstick tussen zat. MOEST. Die lipstick is ergens in 2003 gediscontinued. Ik weet dit, en toch was ik teleurgesteld dat ik er door mijn zoekactie niet spontaan een materialiseerde. Hetzelfde geldt voor het parfum Chloe by Karl Lagerfeld. Nee, dat is niet dat spul dat nu als Chloe in de winkels ligt, en ook niet de versie uit de jaren Nul die soms nog wel eens op Ebay verschijnt. Het gaat mij om de geur uit 1975. De geur die mij door elke parfumselectiedatabase (galgje!) als mijn PERFECTE geur wordt aangeraden. De geur die in 1997 gediscontinued is en waarvan ik mijn laatste druppel in 1999 opmaakte.

En zo zijn er meer items die ik nog steeds mis: de oorspronkelijke Asphyxia lipstick van Urban Decay. Die foundation van Bourjois, u weet wel, die ene. In dat flesje. Met die dop. Alle make up van Tony and Tina. Ook waren er limited editions waar ik nog steeds met enige regelmaat aan denk: Dior Lily, evenals Prada Fleur d’Orangier, die respectievelijk in 1999 en 2009 op de markt verschenen en van de markt verdwenen.

Limited edition”, de reclametechniek die ervoor zorgt dat je zelfs gedroogde kattenstront voor 120 euro per keutel kan verkopen, werkt daarom bij mij tegenwoordig averechts: zodra ik die tekst zie, weiger ik het product te kopen. Ik ben zelfs overgegaan op parfums van Floris omdat die sinds de prehistorie 1730 bestaan: mijn huidige parfum bestaat al sinds 1840 en er zijn geen plannen om de productie te stoppen.

Ondanks deze “voorzorgsmaatregelen” ontkom ik er toch niet aan dat producten verdwijnen: het meest recente “verlies” was de Flying Fox douchegel van Lush, ik gebruikte hem al sinds for-eh-vah (2004!) en heb deze week de laatste twee druppels uit mijn flesje geperst. In het kader van “accepteren kun je leren”, ga ik een poging doen om dat te, eh, leren accepteren. Ondertussen blijf ik dromen van de dag dat ik mijn eigen cosmeticahuis heb (lees: de zoveel miljoen win en Fyrinnae opkoop). Ik beloof plechtig dat ik dan NOOIT iets discontinue.

woensdag 18 mei 2016

Subtiel

Terwijl The Big Kahuna het buurtkrantje leest, doe ik Een Mededeling: "Ik overweeg een grote bril aan te schaffen, zoals deze." Terwijl ik "deze" zeg, zet ik een enorme nepbril op.

TBK kijkt op van haar krantje, kijkt me even strak aan, richt haar blik weer op het artikel dat ze aan het lezen was en zegt gortdroog: "Overweeg dat nog maar eens een poosje."

donderdag 12 mei 2016

Hoe het nu is

De vraag die me momenteel het meest gesteld wordt, is: "Hoe gaat het nu?" Het enige antwoord dat ik daarop kan geven, is "Naar omstandigheden goed" en dat is ook zo: cognitief heb ik nul komma nul schade, qua persoonlijkheid ben ik onveranderd ("Even irritant als altijd" - The Big Kahuna) en ook een groot deel van de fysieke klachten is zowaar bij aan het trekken: mijn hart is grotendeels hersteld (maar moet wel vervolgd worden), de nieren zijn niet beter, maar ook niet slechter en dat is in deze situatie al winst.

Ook hoop ik, nu een medicijn gestopt en een ander in dosering verlaagd is, dat ik minder last van vocht (Swamp Thing strikes again!) en vermoeidheid heb. Nooit gedacht dat ik me zou verheugen op het kunnen trekken van een sprintje naar de bus. Of, nou ja, ik verheug me op de MOGELIJKHEID van het sprinten naar de bus, want u denkt toch werkelijk niet dat ik voor de lol een stukje ga rennen? Ik ren alleen als ik dreig gearresteerd te worden. Zoals ik al zei: qua persoonlijkheid geheel onveranderd.

Wel ben ik na twee maanden gemiddeld 4 artsen/paramedici per week te hebben bezocht en eigenlijk voornamelijk de binnenkant van bus 170, 172 en 174 te hebben gezien, volledig tekstloos. Nooit gedacht dat het kon, maar ik ben zo'n saai iemand geworden die niks te melden heeft: al mijn verhalen beginnen nu met "In het ziekenhuis/toen ik naar het ziekenhuis ging/toen ik uit het ziekenhuis kwam". Laten we hopen dat het nu mijn bezoekjes significant minder frequent worden (ik heb de komende 7 dagen zowaar geen artsenafspraak gepland staan!), dit gebrek aan tekst ook afneemt, want Gewoon Nee.

Dit gebrek aan tekst en, even heel eerlijk, het uiteindelijk toch binnenkomen (dat duurt bij mij altijd even) van het te verwachten realiseer/besef-moment met betrekking tot alles wat ik sinds 2 maart heb meegemaakt, hebben tot deze impromptu blogpauze geleid. Ter compensatie volgt er volgende week een Kahuna Convo!

woensdag 20 april 2016

Een muzikaal intermezzo terwijl ik een harde noot kraak

En terwijl ik me door weer eens een versie van mijn scriptieproposal worstel, mag u luisteren naar het nummer dat al 3 dagen in mijn hoofd zit:



Mocht u zin hebben om uw thie-o-rie over het hoe en waarom van dit vastzitten in mijn hoofd te willen delen, dan kan dat uiteraard, zo niet, dan wens ik u veel succes met het meezingen! *jengelt "Dèèèèèèèèèèèèèèrsjieeeeeeeeeeeeegooooooooooooooohs!" terwijl ze een poging doet het concept "evidentiality" te begrijpen*

woensdag 13 april 2016

Never a chill moment - deel 2

Zoals u weet, is een van mijn queestes in het leven andermenselijk gedrag te begrijpen.
In deze post (dat is een link) vroeg ik me af hoe het toch kwam dat ik, die nooit eerder last gehad had van ongewenste, agressiefmakende mannelijke aandacht, plots last kreeg van dit fenomeen.

We zijn nu bijna 6 jaar verder en ik ben eruit hoor, mensen: deze types azen op zwakte. Ik krijg dit soort “aandacht” namelijk alleen maar op de momenten dat ik half jankend, kotsberoerd, niet geslapen, Swamp Thing overal, wallen tot aan mijn kin, pruik wat scheef, in mijn eentje naar de grond starend wat wankelend over straat schuifel.

Het gebeurt nooit, maar dan ook echt NOOIT, op de momenten dat ik met de fierceness van een duizend Beyonce’s s over straat banjer, lace front wapperend in de wind. En, oh hoe tragisch voorspelbaar, het gebeurt ook nooit als er toevallig (iemand die ingeschat wordt als) een man naast me loopt.

Want in tegenstelling tot wat sommige mensen maar hardnekkig willen blijven geloven, gaat het in deze gevallen niet om flirten, of iemand die denkt “Hey, wat een leuke mevrouw, daar ga ik even gezellig een praatje mee maken!” Het gaat heel sec niet eens om mij. Wat dit soort malloten zoeken is iemand die zwak is of in ieder geval zwakte uitstraalt, iemand die ze kunnen intimideren en domineren. Plots veel te dicht in mijn persoonlijke ruimte komen en luid iets roepen: intimidatie. Van een afstandje iets lomps roepen/sissen/vunzige gebaren maken: intimidatie. “Wie is er dood?/Kijk niet zo boos!” zeggen in het voorbijgaan: dominantie. Me de weg proberen te versperren: intimidatie én dominantie. Niks geen “flirten”.

Ik vind het dan ook enorm verontrustend dat er nog steeds mensen zijn, waaronder gek genoeg ook veel vrouwen, die van mening zijn dat je dit soort kotsverwekkend gedrag als “een compliment” op moet vatten. Dit gedrag wordt dan vaak “verklaard” door onzinflauwekulbagger als “zo zijn jongens nu eenmaal: meisjes plagen, kusjes vragen” en “het hoort er nou eenmaal bij”. Ik durf te wedden dat als we collectief vanaf de peuterspeelzaal zouden zeggen “meisjes plagen, stoot voor je bakkes krijgen” en dit ook daadwerkelijk zouden naleven, “jongens” al heel snel niet meer “nu eenmaal zo” zouden zijn.

Bovendien is deze flauwekul ook aantoonbaar onjuist: het merendeel van de jongens/mannen ziet vrouwen namelijk gewoon als medemensen en niet als wandelende kliko's waar ze hun frustraties in kunnen dumpen. Blijven volhouden dat het “er nou eenmaal bijhoort” als je als vrouw (ingeschatte) in deze maatschappij vrij rondloopt, is ontzettend toxisch. Echt mensen, KAP daarmee, want het maakt je medeplichtig aan het creëren van een klimaat waarin het misschien niet “normaal” is, maar wel geaccepteerd wordt, waardoor het gefaciliteerd wordt.

En toch heb, zoals altijd, ieder nadeel zijn voordeel. Ja, zelfs in deze situatie. Ik kan namelijk, zonder enig fatsoen en/of schuldgevoel al MIJN frustratie over eh, alles (en dat is een boel) op deze hufters botvieren door woest-agressief tegen ze te zijn. Echt, u zou eens moeten zien hoe snel ik dan van een “Heeeeeyyy, pretty lady” in een “fuck you too, you fucking ugly bitch” verander. Overigens heb ik na zo’n onderonsje meestal ook weer genoeg fierceness opgeladen om weer een poosje verschoond te blijven van dit gezeik. Diep vanuit mijn tenen hoop ik dat als ik dit maar stug vol blijf houden, er uiteindelijk geen hufter meer overblijft die mij op dergelijke wijze durft lastig te vallen. Ik kan niet wachten. *grijnst vervaarlijk*

woensdag 6 april 2016

Holadijee, j'ai gagné un pot de cactées! :-D

Al sinds een poosje volg ik het blog (ja, ik ben nog van de "het blog" generatie) Flora in the Garden, waar Anne-Fleur over haar leven schrijft. Ooit schreef ik ergens (lees: ik ben te lui om te zoeken) in een blogpost over dat er mensen zijn die het talent hebben om zelfs de meest dagelijkse dingen boeiend te vertellen. Dit is een bijzonder talent en Anne-Fleur bezit het. Ik vermoed dat dat ook iets te maken heeft met het feit dat ze singer-songwriter is. Of omgekeerd natuurlijk. *raakt ietwat in de war en mompelt: "Er is ergens een verband!"*

Recentelijk verjaarde zij en ze besloot een verloting te organiseren. Iedereen die langer dan 30 seconden op het internet vertoeft, weet dat winacties en verlotingen vaak leedconcurrentietypes aantrekken, waardoor ik me er normaal gesproken verre van houd. Haar diskwalificatieregels waren echter dusdanig briljant dat ik dacht: ik doe mee.

EN TOEN WON IK!!! *rent schuifelt heen en weer met de handen zwaaiend boven het hoofd*

Vorige week woensdagavond laat leverde de sikkeneurige postbode dan ook een leutig pakje af:

Breekbaar. Doch leutig. Want tape.

Zie? Tape! En poezen! En een refurbished doos! #reuse #reduce #recycle

Na het openmaken vond ik een heuse brief!

En een custom made poezenopschrijfboekje!!

En een brief met een heuse handleiding en dat hartje heb ik er zelf op gePicMonkey'd omdat daar mijn IRL naam stond en ik nog de schijn wil ophouden 
min of meer anoniem te zijn!!!

Poezenmagneetjes! En waar het allemaal om draaide: het door Anne-Fleur zelfgemaakte potje!

Na het volgen van de instructies (en met wat assistance van The Big Kahuna, zowel met het planten als met de foto's maken) was dit het resultaat:

Twee cacté, waarvan één in het poezenpotje, en twee heuse kattenmagneetjes!

De beslissing ze in twee potjes te planten, werd overigens niet licht genomen:

TBK, die over dit soort dingen nadenkt: "Ik zou ze in twee verschillende potjes doen, want je kunt ze later als ze volgroeid zijn natuurlijk niet verpotten."

LP, dom: "Waarom niet?"

TBK, die 38 jaar docent is geweest en niet van dergelijke stupiditeit opkijkt: "Omdat het cactussen zijn? Je weet wel, stekels?"

LP, irritant als altijd: "Bwaahahaha! Ik ben dom!" *maakt flauwe grap over het hebben van een herseninfarct, omdat stomme grappen maken ook een manier van ellende verwerken is*

TBK, onverstoorbaar: "Nah, je bent altijd al zo geweest. Niet dom, gewoon een disharmonisch profiel."

LP, plots weer serieus: "Maar eh... worden ze dan niet eenzaam? Als ze in verschillende potjes zitten?"

TBK, altijd praktisch: "Dan zet je ze naast elkaar."

LP, altijd twijfelend: "Is dat wel dichtbij genoeg?"

TBK, geruststellend: "Ja hoor."

En zoals u kunt zien, heeft TBK altijd gelijk.

woensdag 23 maart 2016

Avonturen in een bejaardenflat – Alles voor de veiligheid (The Big Kahuna gastpost, deel 3/3)

Door omstandigheden een weekje later dan gepland, maar desondanks niet minder poink-waardig: het derde en laatste deel van The Big Kahuna's gastblogtrilogie! Deel 1 staat hier, deel 2 hier.



““Naar het balkon? Hoezo?” vraagt de brandweerman verbijsterd. Een bewoonster geeft antwoord: “Ja, bij brand moeten we naar het balkon. Dat is ons een paar jaar geleden aangeraden door een collega van u. Hij zei letterlijk: Ga bij brand rustig naar uw balkon, dan haalt de brandweer u eraf.”

Deze brandweerman vindt dat niet zo'n goed idee: de enige hoogwerker van de plaatselijke brandweer is maar 32 meter hoog, hij weet niet of dat hoog genoeg is. Bovendien kan de hoogwerker elders in gebruik zijn, zoals twee weken geleden bijvoorbeeld bij een molenbrand. En dan sta je als een fakkel op je balkon te branden. De zaal reageert rumoerig en onthutst: “Maar wat moeten we dan doen, als er brand uitbreekt midden in de nacht? “

Nu wordt de brandweerman enthousiast: “De nieuwe voorschriften zijn als volgt: red jezelf, vermijd rookinname door je appartement uit te kruipen richting trap want die is brandveilig, loop naar beneden en ga op de verzamelplek staan. Ga niet met de lift. Graag even oefenen in het donker door af en toe de ogen dicht te doen, want de verlichting gaat ook uit bij brand.”

De zaal is duidelijk geschokt door het antwoord. Het is even stil. Dan reageert een bozige mevrouw fel: “Maar hoe kom je van de 8e verdieping naar beneden via de trap als je niet kunt lopen?” Naast mij zegt een mevrouw zachtjes maar goed hoorbaar voor onze rij: "Dan moet je ook maar niet op de 8e verdieping gaan wonen als je niet kunt lopen." Enkele mensen gniffelen, de bozige mevrouw heeft hier kennelijk een reputatie, maar eigenlijk heeft ze wel een punt. Bovendien kon ze vast nog goed lopen toen ze hierheen verhuisde. Haar vraag wordt verder genegeerd.

In plaats daarvan beschrijft de brandweerman met volkomen misplaatst enthousiasme nog eens plastisch hoe de balkonramen bij een brand in stukken uiteen barsten en hoe het vuur dan naar het balkon overslaat. Kruipen naar de trap is echt de enige uitweg om het er levend van af te brengen, volgens hem. De zaal wordt steeds rumoeriger. Dan schiet hem iets geruststellends te binnen: “Er zijn overigens twee brandwerende deuren per verdieping. Als je in het niet-brandende gedeelte gaat staan, ben je relatief veilig. Dat is dus het redelijke alternatief voor het balkon.” De zaal wordt iets rustiger.

Een bewoner probeert de rust geheel te herstellen en zegt dat er ook brandblusdekens aanwezig zijn op elke verdieping.  De brandweerman vat de hint duidelijk niet en vraagt: “Maar zijn het wel exemplaren die tegen vet kunnen? Twee jaar geleden is namelijk ontdekt dat één merk blusdekens niet tegen vet kan en de brand alleen maar aanwakkert.” Over olie op het vuur gooien gesproken… De zaal gonst weer luid.

Uit de zaal komt een hoopvolle vraag: “Hoe snel kan de brandweer hier zijn?” De zich overduidelijk niets van de onrust aantrekkende brandweerman antwoord: “De profs, afhankelijk van het verkeer binnen negen, tien of elf minuten. Maar als de profs elders blussen moeten de vrijwilligers uit een naburig dorp komen en ja, dat duurt natuurlijk véél langer.” De plaat voor het hoofd van de brandweerman kan niet anders dan van dik (en uiteraard brandwerend) materiaal gemaakt zijn. De zaal is niet meer rustig te krijgen.

Dan meldt de directrice van het pand plots met ferme stem: “Sinds afgelopen vrijdag hebben we wel twee verzamelplekken die aangegeven staan met groene borden: voor de receptie en op de parkeerplaats.” Ze loopt snel naar voren, bedankt de brandweerman voor zijn komst en werkt hem met milde dwang naar buiten.

De zaal loopt zeer langzaam leeg. Dit had niemand verwacht. De geruststellende gedachte “bij brand ga je naar het balkon” is vanmiddag volledig in rook opgegaan. In de lift naar boven besluit ik voortaan nóg vaker de trap naar beneden te nemen, en daarbij zoals geadviseerd af en toe mijn ogen dicht te doen. Alles voor de veiligheid, natuurlijk."

vrijdag 18 maart 2016

Hey! Ik ben er weer!

De mensen die mij (ook) op Instagram volgen, weten al waarom ik een poosje afwezig ben geweest: op 1 maart werd ik wakker met werkelijk EPISCHE koppijn en ik heb nooit hoofdpijn. Het was dusdanig dat ik moeite had met zien, lezen en praten, dus ik vermoedde een migraineaanval, maar het bleek een licht herseninfarct te zijn, veroorzaakt door extreem hoge bloeddruk (243/180 op z'n hoogst). Uiteraard ben ik een zebra en zou het zomaar kunnen zijn dat ze besluiten dat het tóch geen herseninfarct geweest is, maar voorlopig is dat de werkdiagnose.

Ik ben 8 dagen als speldenkussen gebruikt en heb werkelijk gigantische hoeveelheden medicatie geslikt om mijn bloeddruk weer acceptabel te krijgen, wat er gelukkig ("op miraculeuze wijze" volgens de neuroloog) ook voor gezorgd heeft dat ik weer normaal kan zien, lezen/schrijven en spreken, in al mijn talen. De opluchting die ik voelde toen ik wakker werd en mijn wereld weer "normaal" was, kan ik echter niet in woorden vatten.

Na die acht dagen ben ik naar huis gestuurd waar ik dagelijks nog steeds een halve apotheek naar binnen werk, maar wel eindelijk een beetje nachtrust krijg en mijn heroïnejunkiearmen eindelijk minder blauw/groen/paars/kapotgeprikt kunnen worden. Ik heb/zal echter nog een batch onderzoeken ondergaan, zowel standaard (bloeddruk, bloedbeeld, etc) als specifieke naar de staat van mijn hart en mijn nieren, want die hebben beide een flinke optater gehad en het is nog maar afwachten of dat ooit nog "goed" komt. Ja, daar maak ik me verschrikkelijk druk om, maar behalve rust nemen en de onderzoeken ondergaan is er niets wat ik daaraan kan doen.

Aan die bloeddruk zelf ook niet trouwens, behalve braaf mijn pillen slikken - en dat deed ik al. Het is in die zin dan ook geen "lifestyle"-bloeddrukprobleem, maar wordt veroorzaakt door een onderliggende ziekte of syndroom. Nu wist ik dat al wel, maar ik wist alleen niet welke. Er zijn nu "nieuwe" ziektes die 8 jaar geleden nog niet bekend waren waar ik op getest word, en hoewel ik me er niet teveel op vast durf te pinnen, hoop ik werkelijk dat ik deze keer eindelijk eens een diagnose krijg. Hoewel ik natuurlijk liever gezond was, hoor ik liever "Je hebt [ziekte of syndroom] en dat kunnen we zo behandelen" dan wat ik nu al jaren hoor: "Je hebt iets, maar we weten niet wat, dus we proberen gewoon net zo lang totdat iets (al dan niet min of meer) werkt". Nou ja, ik zal het moeten afwachten en mocht het deze keer niet zijn, dan hopelijk ooit. *kruist vingers*

***

Op Instagram ben ik alweer in full swing en Tumblr staat in de queue, vanaf maandag post ik weer op YourfriendLP en komende woensdag volgt dan eindelijk het 3e en laatste deel van de Avonturen in een bejaardenflat-TBKgastpost-trilogie!

woensdag 24 februari 2016

Maasmechelen

TBK en ik zaten aan de telefoon, zoals wel vaker (lees: dagelijks) en hadden het over designer shit met korting kopen.

LP, stellig: “We moeten echt eens naar Maasmechelen, ik wil namelijk een Stella McCartney tas, die zijn diervrij!”

TBK, geïnteresseerd: “Weet je al welk model je wilt?”

LP, die er uiteraard over nagedacht had: “Er zijn er een aantal die in aanmerking komen, hangt ook van de prijs af.”

TBK, twijfelend aan de logica: “Maar het is een outlet, hoe weet je nou of die tas er überhaupt is?”

LP, hoopvol: “Sheer luck.”

TBK, geschokt: “Dus je hebt grote kans dat hij er niet is en dan ben je voor niks naar Maasméchelen geweest.” Waarbij ze het woord “Maasméchelen” uitsprak alsof het een hoogpolig tapijt was dat ze die ochtend als ontbijt had moeten nuttigen.

woensdag 17 februari 2016

Avonturen in een bejaardenflat – In nachtpon naar het balkon? (The Big Kahuna gastpost, deel 2/3)

Jawel lieve mensen, vandaag is het alweer tijd voor deel 2 van The Big Kahuna's gastpost! Mocht u deel 1 gemist hebben, dat staat hier (klik!)


"Dinsdagmiddag, nog steeds stralend weer. Twee voor half drie neem ik de lift naar de begane grond, vind een lege stoel achter in de grote zaal, sla het aangeboden kopje koffie met koekje af en tel automatisch het aantal belangstellenden. Een vrouw of 60 met hier en daar een man: meer dan de helft van de bewoners van deze flat. Mooie opkomst!

De directrice van het complex introduceert klokslag half drie de voorlichting-over-brandpreventie-gevende brandweerman. Na wat getrek aan draadjes en stekkers krijgen ze gezamenlijk de beamer aan de praat. Op het scherm verschijnt een nog nooit vertoond filmpje (sneak preview dus): opa en oma + kleinkind van zeven. Oma gaat kroketten frituren in de keuken, wijst heel traditioneel enige hulp van opa af die zich op de stoffen bank installeert en een sigaar opsteekt.

De brandweerman stopt het filmpje en vraagt: “Wat kan hier fout gaan?” De antwoorden komen vlot: “Er hangt een theedoek vlak bij de frituurpan.” “De kroketten kunnen aanbranden.” *Gelach in de zaal* “Opa kan in slaap vallen en de sigaar kan gaatjes in zijn overhemd branden.”

Heel goed, zegt de brandweerman en klikt op de titel van het vervolgfilmpje dat hoort bij het antwoord: “De sigaar kan brandgaatjes maken.” Opa valt inderdaad in slaap, zijn sigaar is echter plotseling in een sigaret veranderd, valt uit de asbak die opa in het vorige filmpje op de andere leuning van de bank gezet had. Vervolgens vat de bank moeizaam, zéér moeizaam, vlam. Gelukkig komt oma op dat moment de keuken uit met de gefrituurde kroketten, pardon … frieten!? Volgende shot: het 7-jarige kleinkind ligt, zonder gegeten te hebben, boven in bed te slapen terwijl het nog volop dag is. Ik kon mijn lachen nauwelijks inhouden: werkelijk NIETS klopte met de vorige scene. Kennelijk was er zonder scriptgirl gewerkt!

Na nog zo’n amateuristisch filmpje of twee met overduidelijk foute situaties had de zaal het wel gezien. Een dame op de derde rij nam het woord: “We weten heus wel dat je op moet passen met kaarsen en wapperende gordijnen. Gasfornuizen hebben we hier niet.” Een andere mevrouw valt haar bij: “Als je al zelf kookt doe je dat elektrisch. En sinds afgelopen zondag weten we dat je de telefoon niet moet opnemen als je een kroket aan het frituren bent want dan staat de brandweer binnen no time voor je deur.” De kroketverbrander van zondagmiddag lacht hartelijk mee. Hij zegt dan: “In de openbare ruimtes van dit gebouw geldt een rookverbod. Alle rokers zijn al een tijdje geleden gestopt met roken. Iemand roept: “Willem van de zevende toch niet?” “Jawel”, klinkt het uit verschillende monden, “Hij is in augustus overleden aan longkanker.”

Na nog wat heen-en-weer-gepraat is de algemene conclusie dat kortsluiting veroorzaakt door radio’s, tv-toestellen of laptops hier brand zou kunnen veroorzaken. “Maar bij brand gaan we gewoon in pyjama of nachtjapon naar het balkon en worden we gered,” zegt één van de aanwezigen vol overtuiging.

De brandweerman vraagt verbaasd: “Naar het balkon? Hoezo?”


Het vervolg op deze cliffhanger en tevens het slot van deze gastpost leest u op 16 maart aanstaande, hier op LogPoes!

vrijdag 12 februari 2016

Ziek Zijn - Werk [post 3/3]

Ik heb al vaker geschreven over de vreemde en vaak contradictoire opvattingen die hier in Nederland heersen met betrekking tot betaald werk. Zodra het echter over werk en chronische ziekte gaat, berg je dan maar, want Le Clusterfuck. Overigens is ook op deze laatste post in de serie de disclaimer "When it's not about you, it's not about you" van toepassing.

Aan de ene kant MOET je als chronisch zieke werken, want “iedereen is wel eens ziek” en je bent gewoon een luie aansteller en een uitkeringstrekker (uitkeringsGERECHTIGDE heet dat). Aan de andere kant word je, als je al een baan weet te vinden, continu aangemoedigd om je “maar lekker af te laten keuren” (alsof dat zo makkelijk gaat), want “het is toch wel lastig, zo’n zieke”. Alsof je een defect kopieerapparaat bent dat vervangen moet worden, op die toon. En ook recht in je gezicht, he.

Er wordt meestal impliciet, maar soms ook expliciet verwacht dat je als zieke meer, beter en langer werkt dan alle anderen, want je hebt wat te compenseren natuurlijk als "mislukte". Dat dat onaardige mens van een kantoor verderop haar werk niet doet omdat ze behalve lui ook te dom is om stro te vreten, geeft niet: die is er tenminste altijd. The message is loud and clear: wees nou maar gewoon gezond, zeikerd.

Overigens, er bestaat in het Arbowezen de compleet van de pot gerukte theorie dat als je maar flink op iemand die ziek is inpraat, hun ziekteverzuim afneemt. Ik snap wel waar die theorie vandaan komt: hier in Nederland is het namelijk gebruikelijk om je ziek te melden als je je werk niet zo leuk vindt. Dat iemand graag wil werken maar daadwerkelijk ziek is, is blijkbaar een onmogelijkheid. Hierop heb ik maar 1 ding te zeggen: als er iemand is die me met een “hartig praatje” van mijn chronische ziektes (ja, meer dan 1) af kan helpen, kom snel langs! Je krijgt een reiskostenvergoeding en een fucking salade geitenkaas van me. Ik zet nog koffie voor je ook.

Want mijn huidige situatie is complex. Ik ben een vrouw van 40, met een niet te vermijden overschot aan Zeer Buitenlandse Achternamen, die een, eh, interessant carrièrepad heeft afgelegd en bovendien chronisch ziek is in een mate die opvalt: 40 uur per week buitenshuis werken gaat hem niet worden, dat weet ik. Maar als ik Andere Mensen mag geloven, kom ik nooit meer aan de slag, want: “Als je zo vaak ziek bent, kun je niet in loondienst hoor.” Als ik dan opmerk dat ik me bewust ben van het feit dat dat lastig kan worden en daarom aan het onderzoeken ben of, en zo ja hoe, ik (al was het maar deels) vanuit huis zou kunnen werken omdat dat zowel vermoeiende reistijd als bacillen scheelt, dan krijg ik te horen dat neeeeeeeeee, dat al helemaaaaal niet kan, want [vul kulreden in]. Maar, wordt er dan haastig achteraan gezegd, ik moet ook zeker niet denken dat ik “zomaar” een uitkering kan gaan aanvragen, want zij “kennen iemand die iemand kent die ooit eens gehoord heeft van iemand die drie keer per week dialyseert en die veertig uur per week werkt!” of een ander "Broodje Superzieke Aap"-verhaal.

Zoals ik tegen dat type zei: “Dus even samengevat: in loondienst kan niet, freelance werken kan ook niet, een uitkering “mag” ik niet, dus wat moet ik dan? Nu meteen maar in mijn graf gaan liggen?” Waarop er zo’n halfbakken “Jaaah, neeeh, dat nou ook weer niet…” volgde. Ik had er die dag enorm de pis in (wat altijd goed is voor mijn assertiviteit) dus ik vroeg door: “Maar wat dan WEL?” Uit de leeglopende fietsband kwam slechts “Jaaaahnoudatweetikookniethoooooor!”

HOU. DAN. JE. BEK.

Echt, waar mensen zich mee bemoeien, niet te geloven. Ik ben in de afgelopen jaren dan ook toxisch allergisch [weer een ziekte erbij – red.] geworden voor al die al dan niet zogenaamd goedbedoelende types die me GEHEEL ONGEVRAAGD ge-“je moet gewoon”-en, maar die me verder nooit een steek verder kunnen helpen. Want tips als “Je moet gewoon een propedeuse halen en dan stoppen”, “je moet gewoon met een rijke oude vent trouwen en ~schrijfster~ worden”, of “je moet gewoon stand up comedian/trendwatcher/[ander fantasieberoep waarmee je over het algemeen geen rooie rotcent verdient] worden!” kan ik nou niet echt serieus nemen.

Los daarvan kan ik “gewoon” niet begrijpen dat deze mensen niet aanvoelen, laat staan inzien, hoe ondermijnend en beledigend deze “suggesties” zijn. Sowieso, maar al helemaal op het moment dat ik met mijn verrotte gezondheid met zeer veel pijn, moeite en nauwelijks steun keihard mijn best doe om een WO-opleiding af te maken, in de hoop dat ik mezelf op termijn met een niet-fulltime baan tóch zal kunnen bedruipen.

Dat mensen zonder enige schaamte dit soort schijt uit hun bakkes laten lopen, zegt in feite dat ik dan wel van mening mag zijn dat ik niet slechts chronisch ziek ben, dat ik dan wel ambities mag hebben die (veel!) verder gaan dan een creperende trophy wife zijn van een of andere oude bal, dat ik dan wel mag denken dat ik de wereld echt wel wat meer te bieden heb dan die 385 euro eigen risico, maar dat dát allemaal toch echt een brug te ver is. En daar, lieve mensen, word ik nou écht goed ziek van.

donderdag 11 februari 2016

Ziek Zijn - Andere Mensen [post 2/3]

Chronisch ziek zijn heeft niet alleen invloed op mij, maar ook op mijn interactie met de rest van de wereld. Zoals bekend ben ik nooit goed geweest in intermenselijk contact, en dat is er sinds ik ziek ben niet op vooruit gegaan.

Ook hier is vaak sprake van de tweedeling waar ik in mijn vorige blogpost over schreef: óf ik ben de inspiiiring Superzieke, óf ik ben de zielige Beroepszieke. Voor die laaste groep ben ik, zoals te verwachten valt, Altijd Alleen Maar Ziek, hashtag Kortjakje, maar gek genoeg is er ook een groep die hardnekkig ontkent dat er ook maar iets met me aan de hand is en er maar vanuit blijft gaan dat ik heus wel 85 ga worden. Dit leidt tot eh, interessante interacties.

Let op: ook bij deze blogpost komt de disclaimer dat als het niet over u gaat, het niet over u gaat.

Dingen die mensen zonder blikken of blozen tegen me zeggen, the offensive crap edition:

De types die geïrriteerd zijn: “Ben je nou alweer ziek?” “Nee, nog steeds.” Echt, als jij het al irritant vindt, hoe denk je dat het voor mij is? Sommige mensen schijnen de indruk te hebben dat chronisch zieke mensen het met opzet zijn, om anderen dwars te zitten blijkbaar. Zo zei ooit iemand waarmee ik indertijd bevriend was: “Ik kan er niet tegen, tegen dat ziekzijn.” Op dat moment had ik te veel brandende pijn in mijn onderbenen die er letterlijk als boomstronken uitzagen vanwege de 10 liter vocht die ik vasthield (bijwerkinkje!) om “Nou, donder dan op” te zeggen, maar ik dacht het natuurlijk wel.

Zoals u zich waarschijnlijk kunt voorstellen heb ik deze vriendschap dan ook eerst een stille en toen een wat luidruchtiger — ja, weer eentje die de hint niet vatte — dood laten sterven, want er is weinig zo vervelend als ziek zijn en daarnaast ook nog rekening moeten houden met andermens’ gevoelens over mijn ziekte.

Newsflash: mijn ziekte draait niet om jou.

Het is ondertussen jaren geleden, maar ik verbaas me er nog steeds over. Want wat denkt zo iemand nou zelf? Dat ik het LEUK vind om ziek te zijn? Fuck nee, ik heb er flink de schijt in dat ik in een kadaver zit dat mij al een groot deel van mijn leven met enige regelmaat op creatieve wijze gigantisch in de steek laat. Ik word schijtziek van dokters die in me poken alsof ik een omhulsel-voor-ziekte ben in plaats van een levend wezen. Ik ben het schijtzat om bepoteld te worden alsof ik een ding ben, om aan machines gehangen te worden en puur afgerekend te worden op waardes, om niet gehoord te worden als ik aangeef waar mijn aderen zitten en dan weer weken rond te moeten lopen met twee compleet kapotgeprikte armen waardoor ik eruitzie alsof ik intraveneus heroïne spuit. Ik vind er geen kloot aan om “de leuke patiënt van de dag” te zijn voor coassistenten omdat ik een Zebra ben: mijn lichaam functioneert namelijk niet alleen niet volgens de regels van gezondheid, maar ook niet volgens de regels van ziekte. Het zijn van een “reuze interessante casus” is redelijk klote kan ik u vertellen.

Dan een opmerking die ik recenter te horen kreeg: “Als ik had wat jij had, dan zou ik zelfmoord plegen hoor!” Goh, dank je voor de tip, daar had ik zelf nou nog nooit bij stilgestaan. Ik denk dat ik mijn therapeut maar afbel. Pfff! Dat je het dénkt kan ik prima begrijpen, maar dat het je mond verlaat… Hoppa, weer iemand voor op mijn shitlist.

En dan heb je nog de “ziekte is iets waar je dankbaar voor moet zijn”-neuzelaars: ik moet dankbaar zijn omdat mijn ziekzijn me blijkbaar een andere blik op de wereld gegeven heeft, wat ervoor gezorgd heeft dat ik het leven en vooral die vermaledijde “kleine dingen” (zoveel meer) ben gaan waarderen, het zogenaamde “leed heeft een reden”-denken. Hier heb ik maar 1 ding op te zeggen *pakt megafoon*:

GELUHUHUL!!!

Zoals ik al in het De Levensvreugd zine schreef: leed heeft helemaal geen reden. Ook geen doel trouwens. En gelukkig ben ik niet de enige die dat vind.

Mijn ziekzijn heeft mij ab-so-luut NIETS positiefs gebracht. Ik ben er niet gelukkiger door geworden, ik ben dingen niet “meer gaan waarderen”. Mijn ziekzijn heeft me vooral ontzettend veel afgenomen: ik word elke dag geconfronteerd met mijn beperkingen, hoe klein ook. En dit zal ALTIJD zo blijven. Voor de rest van mijn leven. En nee, ik ben niet zo iemand die dat kan ~accepteren~, die functie is zoals bekend bij mij niet ingebouwd. Was dat wel zo, dan was ik namelijk al minstens 20 keer dood geweest, dus dat niet-accepteren heeft wel nut gehad. #positiefjes

Natuurlijk zullen er mensen zijn die oprecht vinden dat hun ziekte iets aan hun leven heeft toegevoegd. Volkomen geldig uiteraard. Waar ik echter wel de fuck van krijg, is dat dit “geluk bij een ongeluk”-voortvloeisel van het positief denken een haast verplichte (daar issie weer!) nerrutif is geworden.

Volgens diezelfde nerrutif zou ik door mijn ziek zijn ook “meer geduld en vrede” hebben gekregen. Nou nee. Ik ben, zeker sinds ik studeer, steeds pissiger geworden: ik doe zo verdomd mijn best en dan – hoppa! – wordt al mijn werk weer tenietgedaan omdat ik weer eens ergens een longontsteking vang. En ik word al helemaal razend als ik dan Petertje van 19 met z’n gezonde lichaam nog even lekker een peukie op voor de ingang van de faculteit zie opsteken. Waar ik met mijn verrotte longen dan weer doorheen moet lopen. Ik snap echt dat roken een verslaving is, maar ik zou hem het liefst die peuk uit z’n bakkes slaan.

Ook heb ik hoe langer hoe minder geduld voor gezeik, gezanik, geneuzel en moeizaam gedoe van anderen. Mijn karaktertrek dat ik snel verveeld ben en alles graag patcha!, dubbel tempo wil, is door mijn ziekzijn versterkt. Het feit dat ik nooit een van die 85-jarige pensionados ga worden die 4 keer per jaar ~lekker genieten~ op vakantie, maakt het alleen maar erger. Want uiteraard heeft ziek zijn me veranderd: ik ben harder en egoïstischer geworden. Karaktertechnisch ben ik er niet op vooruitgegaan.

woensdag 10 februari 2016

Ziek Zijn - Op het Internet [post 1/3]

Toen ik de vorige week ziek op bed lag na te denken (want dat nadenken stopt zelden), realiseerde ik me dat ik het toch veel meer impact op mijn leven heeft dan ik zou willen, dat ziekzijn. Natuurlijk is er het ziekzijn zelf: de algehele malaise, de pijn, de vermoeidheid, de dubbel tempo aftakeling, de meestal redelijk vervelende behandelingen, de gederfde levensvreugd, de verloren tijd in wachtkamers, het gemiste geld (meer uitgaven, minder inkomsten), en natuurlijk de angst en stress dat het deze keer niet meer goed komt, met een blijvende levenskwaliteitvermindering tot gevolg.

Dit zijn over het algemeen dingen waar ik, zo goed en zo kwaad als het gaat, mee kan dealen en waar ik verder ook niet heel veel over te melden heb. Over de soosjul konstrukts en andere bagger waar ik als chronisch zieke mee te dealen krijgt, heb ik echter zeer veel te melden, vandaar dat er deze week een driedelige postserie verschijnt over Ziek Zijn. Hieronder volgt deel 1:

Ziek Zijn - Op het Internet

Laatst dacht ik eens na over of het mogelijk zou zijn om een realistisch blog over het leven van een chronisch zieke bij te houden zonder dat dat een magneet voor lotgenotencontactzoekers, leedconcurrenten, ramptoeristen en/of gehandicapteninspiratiepornozoekers wordt. Na wat rondklikken op het internet was mijn conclusie dat het antwoord daarop helaas “Nee” is.

Ik heb het gedurende mijn 100 jaar hier op LogPoes namelijk ook gemerkt: zodra ik ook maar iets uitgebreider schrijf over mijn beroerde gezondheid komen er behalve prettige reacties (die ik overigens zeer waardeer – deze post gaat dan ook niet over u) ook altijd wat klaagbegijntjes, “Oh god wat zielig”-erts en ander irritant volk van onder hun rots vandaan, die nooit reageren als ik over iets gezelligs blog. Heel bijzonder is dat. Ik vermoed dat ze een google alert op “chronisch ziek” hebben, want gezien het feit dat mijn statistieken bij dat soort posts omhoogschieten, behoren zij niet tot mijn 5 vaste lezers. Echt, er is maar 1 snellere manier om dit soort volk op je blog te krijgen, en dat is het organiseren van een winactie.

Het is interessant om te zien hoe je als mens in deze maatschappij blijkbaar alleen maar óf volledig gezond, óf altijd stervende kunt zijn, en indien altijd stervende alleen maar óf zielug óf inspirerend. De nerrutif is dusdanig hardnekkig dat patiënten zich er ook naar voegen: wie weleens een “ziekblog” gelezen heeft, ziet dat er toch, al is het onbewust, een bepaalde lijn gevolgd wordt. Je mag kiezen: of je bent een Beroepspatiënt en die is sneu, zielig, kan niets, is een stakker die altijd alleen maar ziek is. Of je bent een Superzieke en dus bijzonder, een held, inspiiiring. Het is het een of het ander, daar zit niets tussen. Zieke mensen zien als multifacetaire wezens is blijkbaar te complex. Een zieke wordt per definitie gereduceerd tot een volledig ontmenselijkte karikatuur.

Je zou denken dat ik als allochtoon/buitenlander/whatever het trendwoord tegenwoordig ook is, wel gewend zou zijn dat ik maar twee keuzes heb: ook daar mag je kiezen tussen “criminele mislukkeling” of “hoogopgeleid wondertje”. Weet u meteen waarom ik mezelf letterlijk bijna doodwerk om dat bachelordiploma te halen. Maar dit, zoals wel vaker, terzijde.

Terug naar de ziekblogs. Dit soort blogs trekken zonder uitzondering mensen uit de volgende groepen aan:

DISCLAIMER: mocht u niet in een van deze categorieën vallen, dan is het volgende Oud-Amsterdamse spreekwoord van toepassing: when it’s not about you, it’s not about you.

De Lotgenotencontactzoekers: Er zullen heus wel mensen zijn die steun hebben aan lotgenoten en er zullen ook heus wel lotgenotencontactsituaties zijn die wél constructief zijn. Ik heb ze echter nooit meegemaakt. Ik heb dan ook een schijthekel aan lotgenotencontact, omdat lotgenotencontact in mijn ervaring altijd verzandt in leedconcurrentie: lekker tegen elkaar opbieden wie het ergste ziek is en het grootste leed heeft. Sowieso ben ik er in de loop van mijn leven achter gekomen dat groepsgestakker-rondom-vervelende-omstandigheden voor mij in ieder geval geen gezonde basis is voor intermenselijk contact, laat staan vriendschap.

De Ramptoeristen: Mensen die zelf nergens last van hebben, maar hun kloterige persoonlijkheid en/of existens opvijzelen door mee te kwezelen in de comments: “Ach wat zielig, sterkte hoor, kanjer!”, want oh oh oh, wat zijn ze betrokken. Terwijl ze ondertussen denken: “Zo, blij dat ik jou niet ben”. Een wat mij betreft nog verwerpelijker soort mensen dat de lotgenotencontactzoekers.

De Gehandicapteninspiratiepornozoekers: de overtreffende trap van de ramptoeristen. Voor wie nu denkt: “DAFUQ is gehandicapteninspiratieporno?”, hier een TED video van de bedenkster van de term, Stella Young, waarin ze haarfijn uitlegt wat het is en waarom het toxisch is:


Mocht u niet in staat zijn deze video te bekijken, dan even een korte uitleg: het zijn die op zeer objectiverende wijze geschreven verhalen, waarin een zieke/gehandicapte iets doet: soms dingen die 99% van de “gezonde” mensen al niet kunnen (denk “Beenloze beklimt Kilimanjaro!”), maar soms ook “Rolstoelgebruiker steekt over”. In het laatste geval is het behalve objectiverend, ik gok zo dat die persoon niet “Rolstoelgebruiker” heet bijvoorbeeld, ook beledigend. De mensen die niet snappen waarom dat beledigend is, verwijs ik naar bovenstaande video van Stella Young.

In het eerste geval echter, is het behalve objectiverend, ook toxisch. Omdat het oh zo knap, oh zo stoer, oh zo inspiiiring, oh zo clickbait is, wordt het beeld van de Superzieke in stand gehouden, waardoor er een klimaat ontstaat waarin je als je ziek/gehandicapt bent “niet genoeg je best doet” als je geen haast bovenmenselijke prestaties verricht. Ik proef daar toch altijd een ondertoon van “omdat je ‘defect’ (lees: mislukt) bent, heb je iets goed te maken” in. TOXISCH.

Echt, ik begrijp dat de bloggers en waarschijnlijk ook de bezoekers die geen leedconcurrenten, ramptoeristen of inspiraaaaatiezoekers zijn, heel veel steun kunnen halen uit het schrijven of lezen van ziekblogs. Ik geloof ook echt dat het laten zien van je leven als chronisch zieke en het delen van informatie over je ziekte nut kan hebben, zowel voor jezelf als voor anderen. Ik heb er dan ook behoorlijk de fuck in dat het blijkbaar niet mogelijk is om dit te doen zonder in de nerrutif terecht te komen van Hoe Je Als Zieke Moet Zijn die in onze maatschappij bestaat.

Althans, misschien kan het wel, maar ik zie vooralsnog niet hoe: als het niet is omdat je als zieke toch beïnvloed bent door de Beroepspatiënt/Superzieke-tweedeling (hell, ik merk dat zelfs ik het deels geïnternaliseerd heb), dan is het wel omdat je publiek verwacht dat je kiest. In die zin zou ik het interessant vinden om te zien hoe Het Publiek zou reageren op een Beroepspatiënt die “plots” beter functioneert, of op een Superzieke waarmee het niet zo lekker gaat. Ik denk echter niet dat ik dit onderzoekje door de ethische commissie krijg.

woensdag 3 februari 2016

Oude Taart

Deze post had op mijn verjaardag (18 december jl.) moeten verschijnen en is daarom wat outdated, maar in het kader van de nerrutif en Voor De Volledigheid post ik hem toch nog.

En jawel, ook dit jaar weer in de categorie “DAT hadden we niet verwacht!” is er een jarig, hoera hoera, dat kunt u niet zien maar ik ben het toch. VEERTIG! Ik ben forking VEERTIG! Zoals ik laatst tegen TBK zei: “Ik ben van de postnatale depressie (niet te verwarren met de postpartum depressie) via de kleuterellende door de gemiste puberteit langs de quarterlifecrisis voorbij het dertigersdilemma in de veertigersfrustratie terechtgekomen!” Waarna we 5 minuten lang NIET meer bijkwamen, want dit soort dingen vinden wij dólkomisch.

Want het roept toch een boel conflicterende gevoelens bij mij op, zo’n verjaardag. Zo werd er vanochtend in de apotheek naar mijn geboortedatum gevraagd, waarop ik als een kleuter zo blij zei dat ik jarig was. Ik werd uitgebreid gefeliciteerd door zowel de medewerkers als de andere bezoekers, en voelde me eventjes hardcore jarig en helemaal “the hiiiiils are alive!!!”, u kent dat gevoel wel. Toen ik even later met die gezinsverpakking dope (3 zakken) buiten liep, bedacht ik dat, haha, dat mijn eerste cadeautje van de dag was. Waarna ik me realiseerde dat dat eigenlijk helemaal niet grappig is.

En zo zwaait het de hele dag heen en weer: lieve mensen sturen een felicitatie, waarna ik moet denken aan alle mensen die nooit meer een felicitatie zullen sturen. Medestudenten blijven maar zeggen dat ik er “zoveel jonger uitzie”, maar ik zie mezelf zonder de plamuur en de pruik en weet dat ik hard gesleten ben sinds 2008. Het feit dat ik me de laatste tijd vrijwel chronisch 83 voel, helpt hierbij niet. Mijn huisarts blijft volhouden dat dat komt omdat ik herstellende ben, maar zoals elke keer na ziekte heb ik er een hard hoofd in dat het ooit weer goedkomt. Want wat nou als dit die keer is dat het niet goedkomt? Vooralsnog echter zit er nog schot in, dus ik blijf optimistisch.

Tot slot heb ik nog wat Nuttige Protips voor u, geconcludeerd na 40 jaar ronddabberen op deze tollende bol:

  • Vogel zo snel mogelijk uit hoe je bent en waarom, dan kun je jezelf een boel ellende besparen;
  • In dezelfde lijn en in tegenstelling tot het spreekwoord, kun je beter spijt hebben van de dingen die je niet gedaan hebt, dan van de dingen die je wel gedaan hebt;
  • En weer in het verlengde daarvan: bij twijfel, niet doen;
  • Word geen secretaresse omdat je toevallig een vrouw bent en dat blijkbaar het enige beroep is wat vrouwen op elk mogelijk moment in hun carrière aangeraden wordt;
  • Doe geen studie Engels aan de UvA. Doe überhaupt geen studie aan de UvA;
  • Zonder kat is het leven geen kat aan (RIP Clark);
  • Realiseer je dat je, ondanks dat je denkt dat je er te snugger voor bent, toch beïnvloed wordt door toxische maatschappelijke social constructs over “Hoe je moet zijn als man/vrouw/werknemer/allochtoon/zieke/etc”;
  • Realiseer je ook dat de zogenaamd progressieve hoek niet minder toxisch is met hun “it gets better/find your tribe/your friends are your chosen family”-genuil;
  • Tracy Chapman had gelijk toen ze zong “all the bridges that you burn come back one day to haunt you”;
  • En ook toen ze zong: “all that you have is your soul”.

Oh, en misschien wel de belangrijkste protip:

  • Geef niet al je geld uit voor je 25e. Je zou zomaar eens 40 kunnen worden. *kijkt naar Hele Lege Bankrekening en maakt maar weer een overzichtje van “Toko’s waar ik kan solliciteren*

woensdag 27 januari 2016

Avonturen in een bejaardenflat – Kroketten (The Big Kahuna gastpost, deel 1/3)

Jawel, in het kader “Lang gemekkerd, eindelijk mijn zin gekregen!” volgt hier het eerste deel van de driedelige gastpostserie geschreven door The Big Kahuna. Zoals bekend, is zij recentelijk naar een fancy bejaardenflat seniorenappartement verhuisd, waar de avonturen haar om de oren vliegen. Zit u er klaar voor? Komtie:


“Het is zondagmiddag: strakblauwe lucht boven de kruinen van de bomen aan de overkant, klassieke muziek uit de luidsprekers. La vie est belle! Wel ruik ik vaag een brandlucht in mijn keuken via het ventilatiekanaal. En jawel, ta tuu ta tuu, een brandweerwagen scheurt rondom de rotonde rechtsbeneden met zwaailicht en sirene, komt tot stilstand voor het complex en drie gehelmde en volledig ingepakte brandweermannen lopen op de voordeur af.

In mijn verbeelding zie ik de vlammen al torenhoog uit een appartement slaan, dus ga ik poolshoogte nemen op de gang. De brandlucht ruik ik nu duidelijker. Om de hoek zie ik in de lange gang een wijkverpleegkundige met wit schort voor de deur van een appartement staan. Het gedempte geluid van een rookmelder, knipperende lichtjes, maar geen vlammenzee. De rookmelder klinkt veel zachter dan onze voordeurbel, maar heeft kennelijk een rechtstreekse verbinding met de brandweerkazerne. Een meneer met bril en ruitjesoverhemd staat rustig op de drempel.

“Is het bij u?” vraag ik. “Ja,” antwoordt de bewoner, “ik heb een kroketje aan laten branden en dan gaat het alarm meteen af. Ach ja, zo gebeurt er hier nog eens wat,” voegt hij er glimlachend aan toe. Ik vraag: “Bent u nog gewond?” “Nee hoor, niets aan de hand behalve de verbrande kroket,” zegt hij, “Ik heb de ramen al opengezet om te luchten.” Twee brandweerlieden stampen uit de lift, zetten hun helmen af, vragen naar de stand van zaken, krijgen hetzelfde antwoord als ik en gaan met de bewoner naar binnen. Ik keer gerustgesteld terug naar mijn appartement.

Maandagochtend hangt er een briefje in alle liften: alle bewoners worden uitgenodigd voor een voorlichtingsmiddag over brandpreventie door de brandweer op dinsdagmiddag in de grote benedenzaal. Koffie, thee en koekjes staan klaar.”

**

Deel 2 volgt op 17 februari!

Blog Design by Get Polished