woensdag 23 maart 2016

Avonturen in een bejaardenflat – Alles voor de veiligheid (The Big Kahuna gastpost, deel 3/3)

Door omstandigheden een weekje later dan gepland, maar desondanks niet minder poink-waardig: het derde en laatste deel van The Big Kahuna's gastblogtrilogie! Deel 1 staat hier, deel 2 hier.



““Naar het balkon? Hoezo?” vraagt de brandweerman verbijsterd. Een bewoonster geeft antwoord: “Ja, bij brand moeten we naar het balkon. Dat is ons een paar jaar geleden aangeraden door een collega van u. Hij zei letterlijk: Ga bij brand rustig naar uw balkon, dan haalt de brandweer u eraf.”

Deze brandweerman vindt dat niet zo'n goed idee: de enige hoogwerker van de plaatselijke brandweer is maar 32 meter hoog, hij weet niet of dat hoog genoeg is. Bovendien kan de hoogwerker elders in gebruik zijn, zoals twee weken geleden bijvoorbeeld bij een molenbrand. En dan sta je als een fakkel op je balkon te branden. De zaal reageert rumoerig en onthutst: “Maar wat moeten we dan doen, als er brand uitbreekt midden in de nacht? “

Nu wordt de brandweerman enthousiast: “De nieuwe voorschriften zijn als volgt: red jezelf, vermijd rookinname door je appartement uit te kruipen richting trap want die is brandveilig, loop naar beneden en ga op de verzamelplek staan. Ga niet met de lift. Graag even oefenen in het donker door af en toe de ogen dicht te doen, want de verlichting gaat ook uit bij brand.”

De zaal is duidelijk geschokt door het antwoord. Het is even stil. Dan reageert een bozige mevrouw fel: “Maar hoe kom je van de 8e verdieping naar beneden via de trap als je niet kunt lopen?” Naast mij zegt een mevrouw zachtjes maar goed hoorbaar voor onze rij: "Dan moet je ook maar niet op de 8e verdieping gaan wonen als je niet kunt lopen." Enkele mensen gniffelen, de bozige mevrouw heeft hier kennelijk een reputatie, maar eigenlijk heeft ze wel een punt. Bovendien kon ze vast nog goed lopen toen ze hierheen verhuisde. Haar vraag wordt verder genegeerd.

In plaats daarvan beschrijft de brandweerman met volkomen misplaatst enthousiasme nog eens plastisch hoe de balkonramen bij een brand in stukken uiteen barsten en hoe het vuur dan naar het balkon overslaat. Kruipen naar de trap is echt de enige uitweg om het er levend van af te brengen, volgens hem. De zaal wordt steeds rumoeriger. Dan schiet hem iets geruststellends te binnen: “Er zijn overigens twee brandwerende deuren per verdieping. Als je in het niet-brandende gedeelte gaat staan, ben je relatief veilig. Dat is dus het redelijke alternatief voor het balkon.” De zaal wordt iets rustiger.

Een bewoner probeert de rust geheel te herstellen en zegt dat er ook brandblusdekens aanwezig zijn op elke verdieping.  De brandweerman vat de hint duidelijk niet en vraagt: “Maar zijn het wel exemplaren die tegen vet kunnen? Twee jaar geleden is namelijk ontdekt dat één merk blusdekens niet tegen vet kan en de brand alleen maar aanwakkert.” Over olie op het vuur gooien gesproken… De zaal gonst weer luid.

Uit de zaal komt een hoopvolle vraag: “Hoe snel kan de brandweer hier zijn?” De zich overduidelijk niets van de onrust aantrekkende brandweerman antwoord: “De profs, afhankelijk van het verkeer binnen negen, tien of elf minuten. Maar als de profs elders blussen moeten de vrijwilligers uit een naburig dorp komen en ja, dat duurt natuurlijk véél langer.” De plaat voor het hoofd van de brandweerman kan niet anders dan van dik (en uiteraard brandwerend) materiaal gemaakt zijn. De zaal is niet meer rustig te krijgen.

Dan meldt de directrice van het pand plots met ferme stem: “Sinds afgelopen vrijdag hebben we wel twee verzamelplekken die aangegeven staan met groene borden: voor de receptie en op de parkeerplaats.” Ze loopt snel naar voren, bedankt de brandweerman voor zijn komst en werkt hem met milde dwang naar buiten.

De zaal loopt zeer langzaam leeg. Dit had niemand verwacht. De geruststellende gedachte “bij brand ga je naar het balkon” is vanmiddag volledig in rook opgegaan. In de lift naar boven besluit ik voortaan nóg vaker de trap naar beneden te nemen, en daarbij zoals geadviseerd af en toe mijn ogen dicht te doen. Alles voor de veiligheid, natuurlijk."

vrijdag 18 maart 2016

Hey! Ik ben er weer!

De mensen die mij (ook) op Instagram volgen, weten al waarom ik een poosje afwezig ben geweest: op 1 maart werd ik wakker met werkelijk EPISCHE koppijn en ik heb nooit hoofdpijn. Het was dusdanig dat ik moeite had met zien, lezen en praten, dus ik vermoedde een migraineaanval, maar het bleek een licht herseninfarct te zijn, veroorzaakt door extreem hoge bloeddruk (243/180 op z'n hoogst). Uiteraard ben ik een zebra en zou het zomaar kunnen zijn dat ze besluiten dat het tóch geen herseninfarct geweest is, maar voorlopig is dat de werkdiagnose.

Ik ben 8 dagen als speldenkussen gebruikt en heb werkelijk gigantische hoeveelheden medicatie geslikt om mijn bloeddruk weer acceptabel te krijgen, wat er gelukkig ("op miraculeuze wijze" volgens de neuroloog) ook voor gezorgd heeft dat ik weer normaal kan zien, lezen/schrijven en spreken, in al mijn talen. De opluchting die ik voelde toen ik wakker werd en mijn wereld weer "normaal" was, kan ik echter niet in woorden vatten.

Na die acht dagen ben ik naar huis gestuurd waar ik dagelijks nog steeds een halve apotheek naar binnen werk, maar wel eindelijk een beetje nachtrust krijg en mijn heroïnejunkiearmen eindelijk minder blauw/groen/paars/kapotgeprikt kunnen worden. Ik heb/zal echter nog een batch onderzoeken ondergaan, zowel standaard (bloeddruk, bloedbeeld, etc) als specifieke naar de staat van mijn hart en mijn nieren, want die hebben beide een flinke optater gehad en het is nog maar afwachten of dat ooit nog "goed" komt. Ja, daar maak ik me verschrikkelijk druk om, maar behalve rust nemen en de onderzoeken ondergaan is er niets wat ik daaraan kan doen.

Aan die bloeddruk zelf ook niet trouwens, behalve braaf mijn pillen slikken - en dat deed ik al. Het is in die zin dan ook geen "lifestyle"-bloeddrukprobleem, maar wordt veroorzaakt door een onderliggende ziekte of syndroom. Nu wist ik dat al wel, maar ik wist alleen niet welke. Er zijn nu "nieuwe" ziektes die 8 jaar geleden nog niet bekend waren waar ik op getest word, en hoewel ik me er niet teveel op vast durf te pinnen, hoop ik werkelijk dat ik deze keer eindelijk eens een diagnose krijg. Hoewel ik natuurlijk liever gezond was, hoor ik liever "Je hebt [ziekte of syndroom] en dat kunnen we zo behandelen" dan wat ik nu al jaren hoor: "Je hebt iets, maar we weten niet wat, dus we proberen gewoon net zo lang totdat iets (al dan niet min of meer) werkt". Nou ja, ik zal het moeten afwachten en mocht het deze keer niet zijn, dan hopelijk ooit. *kruist vingers*

***

Op Instagram ben ik alweer in full swing en Tumblr staat in de queue, vanaf maandag post ik weer op YourfriendLP en komende woensdag volgt dan eindelijk het 3e en laatste deel van de Avonturen in een bejaardenflat-TBKgastpost-trilogie!

woensdag 24 februari 2016

Maasmechelen

TBK en ik zaten aan de telefoon, zoals wel vaker (lees: dagelijks) en hadden het over designer shit met korting kopen.

LP, stellig: “We moeten echt eens naar Maasmechelen, ik wil namelijk een Stella McCartney tas, die zijn diervrij!”

TBK, geïnteresseerd: “Weet je al welk model je wilt?”

LP, die er uiteraard over nagedacht had: “Er zijn er een aantal die in aanmerking komen, hangt ook van de prijs af.”

TBK, twijfelend aan de logica: “Maar het is een outlet, hoe weet je nou of die tas er überhaupt is?”

LP, hoopvol: “Sheer luck.”

TBK, geschokt: “Dus je hebt grote kans dat hij er niet is en dan ben je voor niks naar Maasméchelen geweest.” Waarbij ze het woord “Maasméchelen” uitsprak alsof het een hoogpolig tapijt was dat ze die ochtend als ontbijt had moeten nuttigen.

woensdag 17 februari 2016

Avonturen in een bejaardenflat – In nachtpon naar het balkon? (The Big Kahuna gastpost, deel 2/3)

Jawel lieve mensen, vandaag is het alweer tijd voor deel 2 van The Big Kahuna's gastpost! Mocht u deel 1 gemist hebben, dat staat hier (klik!)


"Dinsdagmiddag, nog steeds stralend weer. Twee voor half drie neem ik de lift naar de begane grond, vind een lege stoel achter in de grote zaal, sla het aangeboden kopje koffie met koekje af en tel automatisch het aantal belangstellenden. Een vrouw of 60 met hier en daar een man: meer dan de helft van de bewoners van deze flat. Mooie opkomst!

De directrice van het complex introduceert klokslag half drie de voorlichting-over-brandpreventie-gevende brandweerman. Na wat getrek aan draadjes en stekkers krijgen ze gezamenlijk de beamer aan de praat. Op het scherm verschijnt een nog nooit vertoond filmpje (sneak preview dus): opa en oma + kleinkind van zeven. Oma gaat kroketten frituren in de keuken, wijst heel traditioneel enige hulp van opa af die zich op de stoffen bank installeert en een sigaar opsteekt.

De brandweerman stopt het filmpje en vraagt: “Wat kan hier fout gaan?” De antwoorden komen vlot: “Er hangt een theedoek vlak bij de frituurpan.” “De kroketten kunnen aanbranden.” *Gelach in de zaal* “Opa kan in slaap vallen en de sigaar kan gaatjes in zijn overhemd branden.”

Heel goed, zegt de brandweerman en klikt op de titel van het vervolgfilmpje dat hoort bij het antwoord: “De sigaar kan brandgaatjes maken.” Opa valt inderdaad in slaap, zijn sigaar is echter plotseling in een sigaret veranderd, valt uit de asbak die opa in het vorige filmpje op de andere leuning van de bank gezet had. Vervolgens vat de bank moeizaam, zéér moeizaam, vlam. Gelukkig komt oma op dat moment de keuken uit met de gefrituurde kroketten, pardon … frieten!? Volgende shot: het 7-jarige kleinkind ligt, zonder gegeten te hebben, boven in bed te slapen terwijl het nog volop dag is. Ik kon mijn lachen nauwelijks inhouden: werkelijk NIETS klopte met de vorige scene. Kennelijk was er zonder scriptgirl gewerkt!

Na nog zo’n amateuristisch filmpje of twee met overduidelijk foute situaties had de zaal het wel gezien. Een dame op de derde rij nam het woord: “We weten heus wel dat je op moet passen met kaarsen en wapperende gordijnen. Gasfornuizen hebben we hier niet.” Een andere mevrouw valt haar bij: “Als je al zelf kookt doe je dat elektrisch. En sinds afgelopen zondag weten we dat je de telefoon niet moet opnemen als je een kroket aan het frituren bent want dan staat de brandweer binnen no time voor je deur.” De kroketverbrander van zondagmiddag lacht hartelijk mee. Hij zegt dan: “In de openbare ruimtes van dit gebouw geldt een rookverbod. Alle rokers zijn al een tijdje geleden gestopt met roken. Iemand roept: “Willem van de zevende toch niet?” “Jawel”, klinkt het uit verschillende monden, “Hij is in augustus overleden aan longkanker.”

Na nog wat heen-en-weer-gepraat is de algemene conclusie dat kortsluiting veroorzaakt door radio’s, tv-toestellen of laptops hier brand zou kunnen veroorzaken. “Maar bij brand gaan we gewoon in pyjama of nachtjapon naar het balkon en worden we gered,” zegt één van de aanwezigen vol overtuiging.

De brandweerman vraagt verbaasd: “Naar het balkon? Hoezo?”


Het vervolg op deze cliffhanger en tevens het slot van deze gastpost leest u op 16 maart aanstaande, hier op LogPoes!

vrijdag 12 februari 2016

Ziek Zijn - Werk [post 3/3]

Ik heb al vaker geschreven over de vreemde en vaak contradictoire opvattingen die hier in Nederland heersen met betrekking tot betaald werk. Zodra het echter over werk en chronische ziekte gaat, berg je dan maar, want Le Clusterfuck. Overigens is ook op deze laatste post in de serie de disclaimer "When it's not about you, it's not about you" van toepassing.

Aan de ene kant MOET je als chronisch zieke werken, want “iedereen is wel eens ziek” en je bent gewoon een luie aansteller en een uitkeringstrekker (uitkeringsGERECHTIGDE heet dat). Aan de andere kant word je, als je al een baan weet te vinden, continu aangemoedigd om je “maar lekker af te laten keuren” (alsof dat zo makkelijk gaat), want “het is toch wel lastig, zo’n zieke”. Alsof je een defect kopieerapparaat bent dat vervangen moet worden, op die toon. En ook recht in je gezicht, he.

Er wordt meestal impliciet, maar soms ook expliciet verwacht dat je als zieke meer, beter en langer werkt dan alle anderen, want je hebt wat te compenseren natuurlijk als "mislukte". Dat dat onaardige mens van een kantoor verderop haar werk niet doet omdat ze behalve lui ook te dom is om stro te vreten, geeft niet: die is er tenminste altijd. The message is loud and clear: wees nou maar gewoon gezond, zeikerd.

Overigens, er bestaat in het Arbowezen de compleet van de pot gerukte theorie dat als je maar flink op iemand die ziek is inpraat, hun ziekteverzuim afneemt. Ik snap wel waar die theorie vandaan komt: hier in Nederland is het namelijk gebruikelijk om je ziek te melden als je je werk niet zo leuk vindt. Dat iemand graag wil werken maar daadwerkelijk ziek is, is blijkbaar een onmogelijkheid. Hierop heb ik maar 1 ding te zeggen: als er iemand is die me met een “hartig praatje” van mijn chronische ziektes (ja, meer dan 1) af kan helpen, kom snel langs! Je krijgt een reiskostenvergoeding en een fucking salade geitenkaas van me. Ik zet nog koffie voor je ook.

Want mijn huidige situatie is complex. Ik ben een vrouw van 40, met een niet te vermijden overschot aan Zeer Buitenlandse Achternamen, die een, eh, interessant carrièrepad heeft afgelegd en bovendien chronisch ziek is in een mate die opvalt: 40 uur per week buitenshuis werken gaat hem niet worden, dat weet ik. Maar als ik Andere Mensen mag geloven, kom ik nooit meer aan de slag, want: “Als je zo vaak ziek bent, kun je niet in loondienst hoor.” Als ik dan opmerk dat ik me bewust ben van het feit dat dat lastig kan worden en daarom aan het onderzoeken ben of, en zo ja hoe, ik (al was het maar deels) vanuit huis zou kunnen werken omdat dat zowel vermoeiende reistijd als bacillen scheelt, dan krijg ik te horen dat neeeeeeeeee, dat al helemaaaaal niet kan, want [vul kulreden in]. Maar, wordt er dan haastig achteraan gezegd, ik moet ook zeker niet denken dat ik “zomaar” een uitkering kan gaan aanvragen, want zij “kennen iemand die iemand kent die ooit eens gehoord heeft van iemand die drie keer per week dialyseert en die veertig uur per week werkt!” of een ander "Broodje Superzieke Aap"-verhaal.

Zoals ik tegen dat type zei: “Dus even samengevat: in loondienst kan niet, freelance werken kan ook niet, een uitkering “mag” ik niet, dus wat moet ik dan? Nu meteen maar in mijn graf gaan liggen?” Waarop er zo’n halfbakken “Jaaah, neeeh, dat nou ook weer niet…” volgde. Ik had er die dag enorm de pis in (wat altijd goed is voor mijn assertiviteit) dus ik vroeg door: “Maar wat dan WEL?” Uit de leeglopende fietsband kwam slechts “Jaaaahnoudatweetikookniethoooooor!”

HOU. DAN. JE. BEK.

Echt, waar mensen zich mee bemoeien, niet te geloven. Ik ben in de afgelopen jaren dan ook toxisch allergisch [weer een ziekte erbij – red.] geworden voor al die al dan niet zogenaamd goedbedoelende types die me GEHEEL ONGEVRAAGD ge-“je moet gewoon”-en, maar die me verder nooit een steek verder kunnen helpen. Want tips als “Je moet gewoon een propedeuse halen en dan stoppen”, “je moet gewoon met een rijke oude vent trouwen en ~schrijfster~ worden”, of “je moet gewoon stand up comedian/trendwatcher/[ander fantasieberoep waarmee je over het algemeen geen rooie rotcent verdient] worden!” kan ik nou niet echt serieus nemen.

Los daarvan kan ik “gewoon” niet begrijpen dat deze mensen niet aanvoelen, laat staan inzien, hoe ondermijnend en beledigend deze “suggesties” zijn. Sowieso, maar al helemaal op het moment dat ik met mijn verrotte gezondheid met zeer veel pijn, moeite en nauwelijks steun keihard mijn best doe om een WO-opleiding af te maken, in de hoop dat ik mezelf op termijn met een niet-fulltime baan tóch zal kunnen bedruipen.

Dat mensen zonder enige schaamte dit soort schijt uit hun bakkes laten lopen, zegt in feite dat ik dan wel van mening mag zijn dat ik niet slechts chronisch ziek ben, dat ik dan wel ambities mag hebben die (veel!) verder gaan dan een creperende trophy wife zijn van een of andere oude bal, dat ik dan wel mag denken dat ik de wereld echt wel wat meer te bieden heb dan die 385 euro eigen risico, maar dat dát allemaal toch echt een brug te ver is. En daar, lieve mensen, word ik nou écht goed ziek van.

donderdag 11 februari 2016

Ziek Zijn - Andere Mensen [post 2/3]

Chronisch ziek zijn heeft niet alleen invloed op mij, maar ook op mijn interactie met de rest van de wereld. Zoals bekend ben ik nooit goed geweest in intermenselijk contact, en dat is er sinds ik ziek ben niet op vooruit gegaan.

Ook hier is vaak sprake van de tweedeling waar ik in mijn vorige blogpost over schreef: óf ik ben de inspiiiring Superzieke, óf ik ben de zielige Beroepszieke. Voor die laaste groep ben ik, zoals te verwachten valt, Altijd Alleen Maar Ziek, hashtag Kortjakje, maar gek genoeg is er ook een groep die hardnekkig ontkent dat er ook maar iets met me aan de hand is en er maar vanuit blijft gaan dat ik heus wel 85 ga worden. Dit leidt tot eh, interessante interacties.

Let op: ook bij deze blogpost komt de disclaimer dat als het niet over u gaat, het niet over u gaat.

Dingen die mensen zonder blikken of blozen tegen me zeggen, the offensive crap edition:

De types die geïrriteerd zijn: “Ben je nou alweer ziek?” “Nee, nog steeds.” Echt, als jij het al irritant vindt, hoe denk je dat het voor mij is? Sommige mensen schijnen de indruk te hebben dat chronisch zieke mensen het met opzet zijn, om anderen dwars te zitten blijkbaar. Zo zei ooit iemand waarmee ik indertijd bevriend was: “Ik kan er niet tegen, tegen dat ziekzijn.” Op dat moment had ik te veel brandende pijn in mijn onderbenen die er letterlijk als boomstronken uitzagen vanwege de 10 liter vocht die ik vasthield (bijwerkinkje!) om “Nou, donder dan op” te zeggen, maar ik dacht het natuurlijk wel.

Zoals u zich waarschijnlijk kunt voorstellen heb ik deze vriendschap dan ook eerst een stille en toen een wat luidruchtiger — ja, weer eentje die de hint niet vatte — dood laten sterven, want er is weinig zo vervelend als ziek zijn en daarnaast ook nog rekening moeten houden met andermens’ gevoelens over mijn ziekte.

Newsflash: mijn ziekte draait niet om jou.

Het is ondertussen jaren geleden, maar ik verbaas me er nog steeds over. Want wat denkt zo iemand nou zelf? Dat ik het LEUK vind om ziek te zijn? Fuck nee, ik heb er flink de schijt in dat ik in een kadaver zit dat mij al een groot deel van mijn leven met enige regelmaat op creatieve wijze gigantisch in de steek laat. Ik word schijtziek van dokters die in me poken alsof ik een omhulsel-voor-ziekte ben in plaats van een levend wezen. Ik ben het schijtzat om bepoteld te worden alsof ik een ding ben, om aan machines gehangen te worden en puur afgerekend te worden op waardes, om niet gehoord te worden als ik aangeef waar mijn aderen zitten en dan weer weken rond te moeten lopen met twee compleet kapotgeprikte armen waardoor ik eruitzie alsof ik intraveneus heroïne spuit. Ik vind er geen kloot aan om “de leuke patiënt van de dag” te zijn voor coassistenten omdat ik een Zebra ben: mijn lichaam functioneert namelijk niet alleen niet volgens de regels van gezondheid, maar ook niet volgens de regels van ziekte. Het zijn van een “reuze interessante casus” is redelijk klote kan ik u vertellen.

Dan een opmerking die ik recenter te horen kreeg: “Als ik had wat jij had, dan zou ik zelfmoord plegen hoor!” Goh, dank je voor de tip, daar had ik zelf nou nog nooit bij stilgestaan. Ik denk dat ik mijn therapeut maar afbel. Pfff! Dat je het dénkt kan ik prima begrijpen, maar dat het je mond verlaat… Hoppa, weer iemand voor op mijn shitlist.

En dan heb je nog de “ziekte is iets waar je dankbaar voor moet zijn”-neuzelaars: ik moet dankbaar zijn omdat mijn ziekzijn me blijkbaar een andere blik op de wereld gegeven heeft, wat ervoor gezorgd heeft dat ik het leven en vooral die vermaledijde “kleine dingen” (zoveel meer) ben gaan waarderen, het zogenaamde “leed heeft een reden”-denken. Hier heb ik maar 1 ding op te zeggen *pakt megafoon*:

GELUHUHUL!!!

Zoals ik al in het De Levensvreugd zine schreef: leed heeft helemaal geen reden. Ook geen doel trouwens. En gelukkig ben ik niet de enige die dat vind.

Mijn ziekzijn heeft mij ab-so-luut NIETS positiefs gebracht. Ik ben er niet gelukkiger door geworden, ik ben dingen niet “meer gaan waarderen”. Mijn ziekzijn heeft me vooral ontzettend veel afgenomen: ik word elke dag geconfronteerd met mijn beperkingen, hoe klein ook. En dit zal ALTIJD zo blijven. Voor de rest van mijn leven. En nee, ik ben niet zo iemand die dat kan ~accepteren~, die functie is zoals bekend bij mij niet ingebouwd. Was dat wel zo, dan was ik namelijk al minstens 20 keer dood geweest, dus dat niet-accepteren heeft wel nut gehad. #positiefjes

Natuurlijk zullen er mensen zijn die oprecht vinden dat hun ziekte iets aan hun leven heeft toegevoegd. Volkomen geldig uiteraard. Waar ik echter wel de fuck van krijg, is dat dit “geluk bij een ongeluk”-voortvloeisel van het positief denken een haast verplichte (daar issie weer!) nerrutif is geworden.

Volgens diezelfde nerrutif zou ik door mijn ziek zijn ook “meer geduld en vrede” hebben gekregen. Nou nee. Ik ben, zeker sinds ik studeer, steeds pissiger geworden: ik doe zo verdomd mijn best en dan – hoppa! – wordt al mijn werk weer tenietgedaan omdat ik weer eens ergens een longontsteking vang. En ik word al helemaal razend als ik dan Petertje van 19 met z’n gezonde lichaam nog even lekker een peukie op voor de ingang van de faculteit zie opsteken. Waar ik met mijn verrotte longen dan weer doorheen moet lopen. Ik snap echt dat roken een verslaving is, maar ik zou hem het liefst die peuk uit z’n bakkes slaan.

Ook heb ik hoe langer hoe minder geduld voor gezeik, gezanik, geneuzel en moeizaam gedoe van anderen. Mijn karaktertrek dat ik snel verveeld ben en alles graag patcha!, dubbel tempo wil, is door mijn ziekzijn versterkt. Het feit dat ik nooit een van die 85-jarige pensionados ga worden die 4 keer per jaar ~lekker genieten~ op vakantie, maakt het alleen maar erger. Want uiteraard heeft ziek zijn me veranderd: ik ben harder en egoïstischer geworden. Karaktertechnisch ben ik er niet op vooruitgegaan.

woensdag 10 februari 2016

Ziek Zijn - Op het Internet [post 1/3]

Toen ik de vorige week ziek op bed lag na te denken (want dat nadenken stopt zelden), realiseerde ik me dat ik het toch veel meer impact op mijn leven heeft dan ik zou willen, dat ziekzijn. Natuurlijk is er het ziekzijn zelf: de algehele malaise, de pijn, de vermoeidheid, de dubbel tempo aftakeling, de meestal redelijk vervelende behandelingen, de gederfde levensvreugd, de verloren tijd in wachtkamers, het gemiste geld (meer uitgaven, minder inkomsten), en natuurlijk de angst en stress dat het deze keer niet meer goed komt, met een blijvende levenskwaliteitvermindering tot gevolg.

Dit zijn over het algemeen dingen waar ik, zo goed en zo kwaad als het gaat, mee kan dealen en waar ik verder ook niet heel veel over te melden heb. Over de soosjul konstrukts en andere bagger waar ik als chronisch zieke mee te dealen krijgt, heb ik echter zeer veel te melden, vandaar dat er deze week een driedelige postserie verschijnt over Ziek Zijn. Hieronder volgt deel 1:

Ziek Zijn - Op het Internet

Laatst dacht ik eens na over of het mogelijk zou zijn om een realistisch blog over het leven van een chronisch zieke bij te houden zonder dat dat een magneet voor lotgenotencontactzoekers, leedconcurrenten, ramptoeristen en/of gehandicapteninspiratiepornozoekers wordt. Na wat rondklikken op het internet was mijn conclusie dat het antwoord daarop helaas “Nee” is.

Ik heb het gedurende mijn 100 jaar hier op LogPoes namelijk ook gemerkt: zodra ik ook maar iets uitgebreider schrijf over mijn beroerde gezondheid komen er behalve prettige reacties (die ik overigens zeer waardeer – deze post gaat dan ook niet over u) ook altijd wat klaagbegijntjes, “Oh god wat zielig”-erts en ander irritant volk van onder hun rots vandaan, die nooit reageren als ik over iets gezelligs blog. Heel bijzonder is dat. Ik vermoed dat ze een google alert op “chronisch ziek” hebben, want gezien het feit dat mijn statistieken bij dat soort posts omhoogschieten, behoren zij niet tot mijn 5 vaste lezers. Echt, er is maar 1 snellere manier om dit soort volk op je blog te krijgen, en dat is het organiseren van een winactie.

Het is interessant om te zien hoe je als mens in deze maatschappij blijkbaar alleen maar óf volledig gezond, óf altijd stervende kunt zijn, en indien altijd stervende alleen maar óf zielug óf inspirerend. De nerrutif is dusdanig hardnekkig dat patiënten zich er ook naar voegen: wie weleens een “ziekblog” gelezen heeft, ziet dat er toch, al is het onbewust, een bepaalde lijn gevolgd wordt. Je mag kiezen: of je bent een Beroepspatiënt en die is sneu, zielig, kan niets, is een stakker die altijd alleen maar ziek is. Of je bent een Superzieke en dus bijzonder, een held, inspiiiring. Het is het een of het ander, daar zit niets tussen. Zieke mensen zien als multifacetaire wezens is blijkbaar te complex. Een zieke wordt per definitie gereduceerd tot een volledig ontmenselijkte karikatuur.

Je zou denken dat ik als allochtoon/buitenlander/whatever het trendwoord tegenwoordig ook is, wel gewend zou zijn dat ik maar twee keuzes heb: ook daar mag je kiezen tussen “criminele mislukkeling” of “hoogopgeleid wondertje”. Weet u meteen waarom ik mezelf letterlijk bijna doodwerk om dat bachelordiploma te halen. Maar dit, zoals wel vaker, terzijde.

Terug naar de ziekblogs. Dit soort blogs trekken zonder uitzondering mensen uit de volgende groepen aan:

DISCLAIMER: mocht u niet in een van deze categorieën vallen, dan is het volgende Oud-Amsterdamse spreekwoord van toepassing: when it’s not about you, it’s not about you.

De Lotgenotencontactzoekers: Er zullen heus wel mensen zijn die steun hebben aan lotgenoten en er zullen ook heus wel lotgenotencontactsituaties zijn die wél constructief zijn. Ik heb ze echter nooit meegemaakt. Ik heb dan ook een schijthekel aan lotgenotencontact, omdat lotgenotencontact in mijn ervaring altijd verzandt in leedconcurrentie: lekker tegen elkaar opbieden wie het ergste ziek is en het grootste leed heeft. Sowieso ben ik er in de loop van mijn leven achter gekomen dat groepsgestakker-rondom-vervelende-omstandigheden voor mij in ieder geval geen gezonde basis is voor intermenselijk contact, laat staan vriendschap.

De Ramptoeristen: Mensen die zelf nergens last van hebben, maar hun kloterige persoonlijkheid en/of existens opvijzelen door mee te kwezelen in de comments: “Ach wat zielig, sterkte hoor, kanjer!”, want oh oh oh, wat zijn ze betrokken. Terwijl ze ondertussen denken: “Zo, blij dat ik jou niet ben”. Een wat mij betreft nog verwerpelijker soort mensen dat de lotgenotencontactzoekers.

De Gehandicapteninspiratiepornozoekers: de overtreffende trap van de ramptoeristen. Voor wie nu denkt: “DAFUQ is gehandicapteninspiratieporno?”, hier een TED video van de bedenkster van de term, Stella Young, waarin ze haarfijn uitlegt wat het is en waarom het toxisch is:


Mocht u niet in staat zijn deze video te bekijken, dan even een korte uitleg: het zijn die op zeer objectiverende wijze geschreven verhalen, waarin een zieke/gehandicapte iets doet: soms dingen die 99% van de “gezonde” mensen al niet kunnen (denk “Beenloze beklimt Kilimanjaro!”), maar soms ook “Rolstoelgebruiker steekt over”. In het laatste geval is het behalve objectiverend, ik gok zo dat die persoon niet “Rolstoelgebruiker” heet bijvoorbeeld, ook beledigend. De mensen die niet snappen waarom dat beledigend is, verwijs ik naar bovenstaande video van Stella Young.

In het eerste geval echter, is het behalve objectiverend, ook toxisch. Omdat het oh zo knap, oh zo stoer, oh zo inspiiiring, oh zo clickbait is, wordt het beeld van de Superzieke in stand gehouden, waardoor er een klimaat ontstaat waarin je als je ziek/gehandicapt bent “niet genoeg je best doet” als je geen haast bovenmenselijke prestaties verricht. Ik proef daar toch altijd een ondertoon van “omdat je ‘defect’ (lees: mislukt) bent, heb je iets goed te maken” in. TOXISCH.

Echt, ik begrijp dat de bloggers en waarschijnlijk ook de bezoekers die geen leedconcurrenten, ramptoeristen of inspiraaaaatiezoekers zijn, heel veel steun kunnen halen uit het schrijven of lezen van ziekblogs. Ik geloof ook echt dat het laten zien van je leven als chronisch zieke en het delen van informatie over je ziekte nut kan hebben, zowel voor jezelf als voor anderen. Ik heb er dan ook behoorlijk de fuck in dat het blijkbaar niet mogelijk is om dit te doen zonder in de nerrutif terecht te komen van Hoe Je Als Zieke Moet Zijn die in onze maatschappij bestaat.

Althans, misschien kan het wel, maar ik zie vooralsnog niet hoe: als het niet is omdat je als zieke toch beïnvloed bent door de Beroepspatiënt/Superzieke-tweedeling (hell, ik merk dat zelfs ik het deels geïnternaliseerd heb), dan is het wel omdat je publiek verwacht dat je kiest. In die zin zou ik het interessant vinden om te zien hoe Het Publiek zou reageren op een Beroepspatiënt die “plots” beter functioneert, of op een Superzieke waarmee het niet zo lekker gaat. Ik denk echter niet dat ik dit onderzoekje door de ethische commissie krijg.

Blog Design by Get Polished